Zoëlho, op naar een bewuste levensstijl.

Vitamine B7

 

          Laatste bijwerking : 2021.11.19

 

 

Inositol, vitamine I

Fytinezuur

 

 

Inositol (dat deel uit maakt van het vitamine B complex) is een suiker en wordt beschouwd als een niet essentiële vitamine die in alle weefsels aanwezig is, zelfs overvloedig in het zenuwstelsel (myelineschede). Hersenen en hart bevatten de hoogste concentraties. Eigenlijk is het geen echte vitamine aangezien de cellen in het organisme glucose kunnen omvormen in inositol. Inositol helpt de groei en het aantal cellen controleren en voorkomt aldus een overgroei van cellen (kanker). Inositol is onmisbaar voor de goede werking van de hersenen en een tekort kan stoornissen van het zenuwstelsel en van het humeur uitlokken.

 

In de voeding komt inositol voor, gebonden aan één of meerdere fosforzuurgroepen (chelatie). De belangrijkste is het inositolhexafosfaat (IP6), ook fytinezuur genoemd. Bij de raffinage wordt het totale fytinezuurgehalte sterk gereduceerd.

 

    • Het fosforzuur in fytinezuur bindt mineralen tot onoplosbare fytaten. Deze fytaten zorgen voor het behoud van voldoende mineralen in de bodem nodig voor latere plantengroei. Fytinezuur zit vooral in de zemel of zaadhuid van zaden, granen en peulvruchten. Bij het ontkiemen van het zaad wordt het fytase-enzym geactiveerd, dat fytaten terug afbreekt waarbij de opgesloten mineralen vrijkomen. Het vormen van fytaten is belangrijk voor een plant. Het verhindert een vroegtijdige kieming en vormt een natuurlijke verdediging tegen zijn natuurlijke predatoren.

     

    • In onze darm bindt het fosforzuur in fytinezuur zich ook aan de daar aanwezige mineralen uit de voeding (vooral in aanwezigheid van proteïnen blijft fytinezuur langer in de darm en kan het reageren met de mineralen) : hierdoor zijn de mineralen (Mg, Fe, Zn, Ca, Cu) onbruikbaar voor het organisme; hun biobeschikbaarheid in de darm is dan sterk gereduceerd.

 

--> geen mineraalpreparaat samen met fytinezuurrijke voedingsmiddelen.

 

    • Zuiver fytinezuur wordt snel opgenomen en kan hierdoor minder complexeren met mineralen. Fytinezuur zou zo opgebruikt kunnen worden om mineralen zoals ijzer selectief uit kankercellen te binden (nodig voor hun verdere deling) (IP6 zou geen ijzer halen uit rode bloedcellen) en ook om overmatig koper te verwijderen (nodig voor de aanmaak van nieuwe bloedvaten naar de kankercel (angiogenese)). IP6 laat mineralen als Mg en K ongemoeid, maar bindt wel calcium en zink. Fytinezuur is daarom een antinutriënt.

 

    • Fytinezuur (IP6) activeert ook NK-cellen, stimuleert celdifferentiatie, reduceert de grootte van tumoren en verhoogt de expressie van het tumorsuppressor gen p53. De apoptotische werking van IP6 wordt versterkt door inositol waaruit in het organisme 2 moleculen IP3 (inositol + 3 fosfaatgroepen) worden gevormd. IP3 kan worden beschouwd als een "aan/uit" knop voor kankercellen Shamsuddin AM, Vucenik I. Cancer inhibition by IP6 and inositol : from laboratory to clinic. J Nutr. 2003 Nov;133(11 Suppl 1):3778S-3784S .

 

    • Fytinezuur zou in het organisme sterke antioxidant-eigenschappen vertonen, vervetting van de lever voorkomen alsook niersteenvorming. Inositol bevordert immers de goede werking van de nieren daar het IP6, bij zijn verwijdering uit het organisme via de urine, zich kan binden aan de hierin aanwezige calciumionen en deze kan elimineren vooraleer zij nierstenen kunnen vormen.

 

Noot :

Borstvoeding bevat normaal een hoge gehalte inositol of afgeleide : dit suggereert dat het een specifieke functie heeft bij de groei en ontwikkeling van het pasgeboren kind. Bij moeders met een kind met spina bifida (neuraalbuis defect) waren de inositolconcentraties 50% lager dan bij de controle-moeders Pascal Groenen, Un. Nijmegen, 2004
 .

Overzicht inhoud :

Natuurlijke bronnen

 

Rol in het organisme

 

Tekorten

 

Werkingsmechanisme

 

Acties bemiddeld door de fosfo-inositide cascade

 

Opletten

 

Nutritionele behoeften

 

Praktisch

Inhoud :

Natuurlijke bronnen :             

 

Via de voeding :

 

    • rundslever, rundshart...

    • volkorenbrood, verse tarwekiemen, gerstkiemen, verse noten, bonen, plantaardig voedsel...

    • lecithine : bron van inositol en choline (soja, sesam, eigeel...).

 

In het endoplasmatisch reticulum van alle weefselcellen wordt inositol gevormd uit :

 

D glucose 6-fosfaat   --->   ox. met NAD+   --->   Inositol 1 fosfaat   --->   + fosfatydyl   --->   Fosfatidyl-Inositol (PI)

 

Het aldus gevormde PI kan worden ingebouwd in lecithine (fosfolipide) tot fosfatidyl-lnositol. Inositol-fosfolipiden zijn componenten van de celmembraan en maken 2 - 8% deel uit van de totale hoeveelheid fosfolipiden.

 

Inositol is vooral aanwezig in het oog en het hart, maar ook in de hersenen, de lever en in sperma.

 

Rol in het organisme :             

 

Inositol

 

    • lipotrope vitamine : (leverbeschermend effect)

        • gaat vervetting van de lever tegen : heeft dus een vetregulerende werking

        • werkt samen met B9, B12 en B6, choline, betaïne, methionine stimulerend op het eigen vetmetabolisme in de lever

        • wat leidt tot vetafbraak en tot een vermindering van een teveel aan cholesterol.

 

    • grote rol als tweede boodschapper bij de werking van neurotransmitters, hormonen en groeifactoren

      • in de opbouw en onderhoud van celmembranen : inositol maakt deel uit van fosfatidylinositol (celmembraan) ; na hormonale stimulatie wordt het fosfatidylinositol (PI) gesplitst in diacylglycerol (DAG) en inositol trifosfaat (IP3). Zie verder.

      • in de regeling van de zenuwgeleiding : inositol stimuleert de celgroeifactor via de synthese van fosfolipiden : dit geldt in het bijzonder voor de myelineschede die nodig is voor de prikkeloverdracht in het axon.

      • in het vrouwelijk hormonaal evenwicht.

 

    • in de insulinoresistentie : inositol speelt een rol in het vet- en suikermetabolisme en helpt samen met foliumzuur en mangaan de suikerspiegel, de LDL-cholesterol en de systolische bloeddruk verlagen bij gezonde zwangere vrouwen .

 

    • rol bij het voorkomen van perifere neurologische complicaties bij diabetes (pijn en tintelingen in de extremiteiten, ongevoeligheid van de extremiteiten...).

 

Het adiponectine-niveau stijgt bij patiënten met type 2-diabetes die een supplement met fytinezuur nemen. Adiponectine is een vetweefselhormoon. Een toename in adiponectine zou gepaard moeten gaan met een betere insulinegevoeligheid, een lagere glucosespiegel en lagere plasma-triglycerides. Ook het HbA1c zou ermee verlagen .

 

Tekorten :              

 

Oorzaken :

 

    • antibiotica stoppen de inositolsynthese en induceren een deficiëntie.

 

Symptomen :

 

    • inositol-deficiëntie verlaagt de HDL en niet de LDL : verhoging cardiovasculair risico.

    • inositol-deficiëntie gedurende de lactatie kan bij de baby de inositolreserve reduceren en leiden tot het "vette leversyndroom", ook als de moeder op een vetarm dieet staat.

    • samen met lage zink-concentraties : vertragen de zenuwgroei en de regeneratie van zenuwweefsel (zelfs voor de geboorte in de preventie van een "openruggetje" (Spina bifida) bij de foetus).

 

Werkingsmechanisme van inositol :             

 

Het PI maakt deel uit van het fosfo-inositide cascade systeem, welke in gang wordt gezet door een hormoon. Het PI functioneert hierbij als een tweede boodschapper wanneer een ligand-receptor-interactie plaats vindt (uitwendige stimulatie).

 

    • Een bepaalt hormoon (bv. adrenaline bij stress) is de eerste boodschapper. Deze stof bindt zich op het oppervlak van de cel en beïnvloedt metabole processen in de cel via een bemiddelende tweede boodschapper, die de signalen doorgeeft aan een enzymsysteem en de calciumreserves.

 

---> Geen calciumopname zonder inositol.

 

    • In de celmembraan metaboliseert Fosfatidyl-inositol (PI) onder uitwendige stimulatie van de cellen tot fosfatidyl-inositol-difosfaat (PIP2).

 

PI   ---> fosforylatie met ATP   ---> PIP2

 

    • Dit PIP2 genereert door Hydrolyse twee boodschappers in het fosfo-inositide cascade systeem om calcium in de cel te krijgen via de calciumkanalen : het inositol 1.4.5 trifosfaat (IP3) en het resterend molecule diacylglycerol (DAG) :

 

 

1. Het IP3 bindt op de IP3 receptorkanalen die zich bevinden t.h.v. het endoplasmatisch reticulum (ER, is een intracellulaire opslagplaats voor Ca2+), opent de Ca2+ kanalen en verhoogt het Ca2+ niveau in het cytosol (spiercontractie...). Het wordt vervolgens via het fosfatase terug omgezet in inositol. Inositol en DAG associëren vervolgens terug en vormen PI met verder PIP2 door 2 verder addities van een fosfaatgroep.

 

 

2. Het diacylglycerol (DAG, bevindt zich t.h.v. de plasmamembraan) samen met de Ca2+ ionen activeert het proteïne kinase C (PKC) en verhoogt aldus de affiniteit van dit enzym voor het Ca2+ in de celmembraan. De geactiveerde PKC veroorzaken de cellulaire fosforylatie van proteïnen, wat het antwoord van de cel impliceert. Het DAG wordt verder afgebroken tot Fosfatidyl.

 

 

Het verkregen Fosfatidyl kan

 

        • met het AZ serine het Fosfatidylserine vormen (een membraancomponent), of

        • verder afgebroken worden tot glycerol welke kan dienen voor de

        • de opbouw tot glucose of van vrije vetzuren, arachidonzuur (precursor van PG2-prostaglandines).

 

Noot :

 

      • er bestaan andere Inositol fosfaten : IP1, IP2, IP3, IP4, IP5, IP6 :

        • IP6 = (myo)inositol hexafosfaat, fytinezuur : in zaden (vooral sesam-), granen (maïs....), groenten (bonen...), noten...: is de eerste energiebron bij de kieming. Fytinezuur is de belangrijkste opslagvorm van fosfor in veel plantaardig voedsel. Bij mensen en dieren met een maag is het fosfor uit fytinezuur niet direct beschikbaar voor het organisme. Daarvoor is het fytase-enzym nodig. Fytase is het enzym dat fytinezuur neutraliseert en fosfor bevrijdt.

 

          • fytase komt voor in plantaardig voedsel dat fytinezuur bevat. De aanwezige hoeveelheden fytase variëren echter sterk : maïs, gierst, haver en bruine rijst bevatten niet genoeg fytase om hun fytinezuur te verwijderen. Tarwe  en rogge bevatten daarentegen hoge fytase-concentraties (rogge 2x meer dan tarwe, en tarwe 14x meer dan rijst). Weken of verzuren van deze graankorrels wanneer ze net gemalen zijn in een warme omgeving, vernietigt (al) het fytinezuur (---> rogge is het voorkeursgraan voor zuurdesembrood!).

            • fytase wordt ook aangemaakt door darmbacteriën bij herkauwers. Dieren met één maag produceren minder fytase. Mensen produceren niet genoeg fytase om veilig grote hoeveelheden van hoog-fytaat in voedsel regelmatig te gebruiken. Wel hebben mensen met een goede darmflora het gemakkelijker met fytinezuur : bepaalde bacteriën in de darm (probiotische Lactobacilli) zorgen voor een verhoogde fytase-productie.

            • ontkieming/fermentatie (het laten weken van meel en granen in een zuur midden (bv. citroenwater) bij zeer warme temperaturen) activeert het fytase (koken alleen is niet voldoende) en vermindert de concentratie van het aanwezige fytinezuur. Het toevoegen van gist zoals in het zuurdesem procedé versterkt deze werking nog. Zie ook "Granen". Vermijd het gebruik van leidingswater voor het weken, verkies gedistilleerd water (bevat geen mineralen meer).

            • granen (ook havervlokken) worden ook meestal verhit voor het in de handel brengen : hierdoor wordt het fytase-enzym vernietigd en helpt weken niet meer om het fytinezuur te verwijderen.

 

          • bij een tekort aan dit enzym hecht/verwijdert fytinezuur niet alleen belangrijke mineralen (Ca, Fe, Zn), het remt ook de enzymen af die nodig zijn voor de vertering in de maag waaronder pepsine (eiwitten), amylase (zetmeel ---> suiker) en in de dunne darm, trypsine (eiwittenvertering).

 

          • fytaatrijke maaltijden leiden niet direct tot merkbare gezondheidseffecten bij mensen met een goede gezondheid. Bevat het dieet echter weinig in vet oplosbare vitaminen en/of zijn 2 of 3 maaltijden per dag voornamelijk gebaseerd op granen als voedingsbron, dan is het opletten geblazen (tandcariës?). Vit D-suppletie kan de schadelijke effecten van fytaten verminderen, andere calciumbronnen (rauwe melk, yoghurt, kefir...) kunnen op hun beurt de negatieve effecten van fytaten verminderen. Ook kan een hogere vleesconsumptie (als leverancier van fosfor) aan gewezen zijn. En laten we ook niet vergeten dat vit C de ijzer - en misschien andere minerale - verliezen door fytinezuur vermindert.

 

IP6 :

 

 

        • IP6 + inositol ---> IP3.

 

      • lithium remt de recyclage van IP3 via PI. Schizofrenie is dan ook gelinkt aan een probleem rond de Ca2+-instroom (hetzelfde probleem bij inositol deficiëntie). Bij bipolaire patiënten hebben verschillende onderzoeken verstoringen van de inositolgehaltes en van de activiteit van het inositolmonofosfaat, catalysator van de omzetting van IP naar myo-inositol, vatsgesteld. Men denkt dat lithium inwerkt door het onderdrukken van de de PI afhankelijke signalisatie.

 

Acties bemiddeld door de fosfo-inositide cascade :             

 

    • glycogenolyse in de levercellen (activatie door het GTP via het inositol afhankelijke GTPase, activatie van het adenylaat cyclase cascade systeem dat ATP  --->  via het inositol afhankelijke fosfodiesterase ---> cAMP nodig voor de omzetting van glycogeen naar glucose)

    • histamine secretie in de mastcellen

    • serotonine afgifte door de bloedplaatjes

    • aggregatie van de bloedplaatjes

    • insuline secretie door de bèta cellen in de pancreas

    • adrenaline secretie door de chromaffinecellen (bijnier)

    • contractie van de gladde spieren

    • openen Ca-kanalen in de celmembraan

    • activatie van proteïnekinase C

    • ...

 

Opletten :             

 

Bij patiënten met :

 

    • ...

 

Zwangerschap/Borstvoeding :

 

    • geen problemen werden vastgesteld met normale dosissen ; toch bestaat er onvoldoende bewijskracht om de veiligheid tijdens de zwangerschap en/of de lactatieperiode te bevestigen

 

Mogelijke interacties met :

 

    • antibiotica : de endogene inositol-synthese wordt gestopt door antibiotica (risico op deficiëntie)

    • cafeïne (koffie, thee, cola) reduceert inositol (risico op deficiëntie)

 

Te verwachten neveneffecten :

 

    • ?

 

Nutritionele behoeften :             

 

Vit B7 - Inositol :

 

Leeftijd

ADH (mg)

ODD (mg)

 

 

 

0 - 11 maanden

-

 

1 - 3 jaar

-

 

4 - 6 jaar

-

 

7 - 10 jaar

-

 

11 - 14 jaar

-

 

15 - 18 jaar   M

-

 

                       V

-

 

Volwassene M

-

250-1000

                      V

-

 

+ 60 jaar       M

-

 

                      V

-

 

Zwangerschap

-

 

Borstvoeding

-

 

Andere :

-

 

 

 

 

 

 

ADH : Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid.

 

ODD : Orthomoleculaire Dagelijkse Dosis.

 

Praktisch :             

 

Gebruikelijke dagdosis in voedingssupplementen : 1200 - 3000mg.

Toxische dagdosis : ?

 

Bron : 15g lecithine-korrels bevatten ruim 2g inositol.

 

250 à 500mg per dag, altijd met lecithine + choline

    • ook + calcium bij leververvetting, hartproblemen, osteoporose...

 

1000 à 3000mg/dag bij diabetes (preventie van perifere neurologische schade)

 

300 à 1000mg/dag bij angsten, bij schizofrenie, bij hoge Cu + lage Zn status

 

2000 à 3000mg 's avonds : bij slaapproblemen : kalmerende en hypotensieve werking

 

    • ook

      • + Mg (gecheleerd) : magnesium is een psycho-relaxerend mineraal (doch geen Mg en Ca samen : competitie t.h.v. de darmopname)

      • + Se : helpt ook de angsten verminderen

      • + choline : 3g inositol, samen met choline, vermindert aanzienlijk het cholesterolpeil

      • + vit B3 : werkt op de benzodiazepine-receptoren om de slaap te induceren

        • inositol verstoort de REM slaap niet (<--> benzodiazepine)

        • mag samen met alcohol

 

    • bij haaruitval en kaalheid

 

Opgelet :

 

    • de endogene inositol-synthese wordt gestopt door antibiotica (risico op deficiëntie)

    • cafeïne (koffie, thee, coca) reduceert inositol (risico op deficiëntie)

    • cafeïne en theofylline remmen het fosfodiësterase nodig voor de omzetting cAMP ---> ATP :

 

---> dus cAMP blijft actief ---> hyperglykemie ---> insuline ---> hypoglykemie.

 

    • inositol deficiëntie verlaagt de HDL cholesterol en niet de LDL cholesterol : verhoogd cardiovasculair risico

    • ...

 

OPGELET

 

    • bij kinderen : het gebruik van granen in de voeding bij kinderen dient langzaam opgebouwd te worden. Tot 4 jaar zou men aan kinderen geen volkorenproducten of bruine broodsoorten mogen geven. Eenmaal ouder hebben kinderen wel veel inositol nodig o.a. voor de input van calcium in de cel (samen met vit K2 en vit D3). Opgroeiende kinderen krijgen het op termijn moeilijk met een hoog fytaatdieet, omdat zij, door een gebrek aan Ca en P, lijden aan slechte botgroei, kortere lengte, rachitis, tandbederf... en door het gebrek aan Zn en Fe lijden ze aan bloedarmoede en mentale ontwikkelingsachterstand.

    • bij volwassenen : diëten met een hoog fytaatgehalte leiden tot tekorten aan mineralen.  Maar bij hen daalt op lange termijn de stofwisseling en gaat het organisme in een "minerale-honger-modus". Het organisme maakt dan zo min mogelijk gebruik van mineralen Ca, Zn en Fe. Zo kunnen volwassenen het tientallen jaren volhouden maar ontwikkelen uiteindelijk toch osteoporose.

 

 

          

 

 ZOELHO (c) 2006 - 2024, Paul Van Herzele PharmD        Laatste versie : 23-feb-24                     

DisclaimerDisclaimer

 

De lezer dient steeds in acht te houden dat de beschreven curatieve eigenschappen in geen enkel geval het medisch advies vervangen, welke steeds onmisbaar is bij het stellen van een diagnose en bij bepaling van de ernst van de aandoening. Wel wordt de gebruiker gestimuleerd beslissingen met betrekking tot zijn gezondheid te nemen, op basis van eigen research, steeds in samenspraak met een professionele gezondheidswerker.

 

In alle gevallen valt het gebruik van dit programma enkel onder de controle, het beheer, de risico's en de verantwoordelijkheden van de gebruiker.