Zoëlho, op naar een bewuste levensstijl.

Het PG-TX-LT profiel

 

          

Laatste bijwerking : 2021.11.19

 

 

 

De mens is erop aangewezen bepaalde vetzuren uit de voeding te halen : het zijn "essentiële vetzuren" (EVZ). De volgende meervoudige onverzadigde vetzuren (MOVZ) zijn essentieel : cis LA (cis linolzuur) en ALA (alfa-linoleenzuur). Hun respectievelijke afgeleiden CLA /GLA en EPA/DHA worden ook essentieel of semi-essentieel genoemd. Zij vormen samen het Vitamine-F complex.

 

Deze MOVZ zijn de essentiële dieetprecursoren van een hele groep van stoffen, de eicosanoïden, die onderverdeeld kunnen worden in 3 types : prostaglandines (PG), tromboxanen (TX) en leukotriënen (LT). Zij vormen samen een soort mini-ecosysteem, dat geregeld wordt door effectoren en interacties tussen de PG, TX en LT. De uiteindelijke effecten en interacties tussen de PG, TX en LT zijn een beslissende factor in de gezondheid.

 

MOVZ zijn niet alleen precursoren van de PG/TX/LT klassen, maar zijn eveneens verantwoordelijk voor vrije radicaalschade bij een tekort aan begeleidende antioxidanten. Een onevenwichtige aanvoer van de verschillende MOVZ (ω3/ω6) kan ook leiden tot immuniteitsonderdrukking wanneer een overmaat arachidonzuur (AA, aangemaakt of via de voeding) de productie van inflammatoire PG's te sterk gaat stimuleren.

 

Te verifiëren in geval van : darmproblemen door onderliggende ontstekingtoestanden en door verstoring van de darmflora, vertraagde vertering, transitproblemen, verstoring van het immuunsysteem... dikwijls gepaard gaande met een verzwakking van de algemene gezondheidstoestand en met huidproblemen.

Overzicht inhoud :

De prostaglandine nomenclatuur

 

De vorming van eicosanoïden

 

Hun onderlinge werking

 

De evenwichtsoefening

 

Praktisch

Inhoud :

De prostaglandine nomenclatuur :         

 

Vooral de PG zijn uiterst belangrijk : niet zozeer kwantitatief maar wel kwalitatief : hun werking is te vergelijken met een hormoonwerking, doch hun vorming is directer : zij worden ter plaatse aangemaakt in de alle cellen (buiten in de RBC) en komen onmiddellijk vrij ; er zijn dus geen gespecialiseerde cellen nodig zoals bij endocriene hormoonklieren die bv. in pancreas insuline afgeven). PG worden gesynthetiseerd in de membraan van het ER.

 

 

PG van de serie A (PGA) verwijzen naar een αβ onverzadigd keton,

PG van de serie D-E (PGE) verwijzen naar een β hydroxyketon,

PG van de serie F verwijzen naar een 1,3 diol,

PG van de serie G-H verwijzen naar een peroxide,

PG van de serie I verwijzen naar prostacyclines.

 

    • zij bezitten allen een 20C basistructuur,

    • het cijfer 1, 2 en 3 wijst naar het aantal dubbele bindingen,

    • α of β refereert naar de positie van de substituent op C9, boven of onder de ring.

    • hun halftime-leven bedraagt ongeveer 1 minuut.

 

De PG aanmaak is afhankelijk van het celtype en het weefsel :

 

    • nier : PGE2, PGF2α

    • bloedvaten : PGI2

    • hart : PGE2, PGF2α, PGI2

    • bloedplaatjes : TXA2

    • ...

 

De evenwichtbalans tussen de PG2's onderling alsook de relaties tussen PG, TX en LT onderling zijn uiterst belangrijk.

 

De vorming van eicosanoïden :         

 

De verschillende klassen zijn afhankelijk van het precursor MOVZ en de sequenties van verschillende oxidaties door enzymen. Zo  

 

    • hebben PG1 en TX1 als precursor LA (in teunisbloemolie),

    • hebben PG2, TX2, Prostacyclines en LT1, 2, 3 en 4 als voorloper AA (in dierlijke vetten-oliën) en

    • hebben PG3, TX3 en LT5 als precursor ALA (in visoliën, vlaszaadolie, perilla-olie...).  

 

Het vitamine F complex bestaat uit : LA, GLA en ALA, EPA en DHA.

 

 

Uit plantaardige voeding :

 

cis LA  (ω6) ---> via D6D --->  GLA  --->  

 

DGLA ---> via COX1 ---> PGE1  : Prostaglandine de type 1 : vasodilatatie, inhibitie van plaatjesaggregatie (antiaggregant), anti-inflammatoire actie (COX1), verlaging van de diastolische en systolische bloeddruk, inhibitie van de cholesterolsynthese, insuline-like activiteit.  

(omzetting gestimuleerd door vit B3, C en lichaamsbeweging)

 

 

                                                             --->  TXA1: Thromboxan alfa-2 : sterk pro-inflammatoir, chemotactisch agens

(atopisch eczeem, psoriasis...)

 

 

    of  DGLA  ---> via D5D --->  AA  --->  PGE2  (pro-inflammatoir)

 

ingeval van :

        • een te zittend leven

        • tekorten aan vitamine B3 et C

        • teveel insuline (door overmatig eten van suikers) : versnelt de afbraak van LA naar AA

 

 

Uit dierlijke voeding :

 

AA is een bestanddeel van de celmembraan : onder invloed van het fosfolipase A2 op de fosfolipiden van de plasmamembraan :

 

Omega6 ----> via het fosfolipaseA2/C  ----> vrij AA

 

AA  (ω6) ---> via COX2 --->  PGI2 (trombocytenaggregatie-remmer), PGE2 (pro-inflammatoir) en TX2 (inflammatie- en trombocytenaggregatie-versterker).

 

    ---> via _span style=_font-weight: bold;">LOX</span>2 ---> reeks leukotriënen LT4 : sterk inflammatoir

 

 

Uit vis en lijnzaad :

 

ALA  (ω3) ---> via D6D --->  EPA  --->  PGE3

 

of     EPA --->  DHA  ---> via D5D en COX3 --->  PGI3 : meer uitgesproken antiaggregerende activiteit dan de PGI2, vasodilatatie, trombose-remming, inhibitie van de cholesterolsynthese, anti-inflammatoir,...

        

(omzetting gestimuleerd door vit B3, C en lichaamsbeweging)

 

       ---> TXA3 : vrijwel inactief

 

               ---> via LOX2  ---> LT5 : weinig inflammatoir

 

De ω3 en ω6 VZ wedijveren voor de actieve bindingsplaatsen op de desaturase, elongase, cyclo-oxygenase (COX) en lipo-oxygenase (LOX) enzymen.

 

---> Het overheersend dieetvet kan dus de richting van de eicosanoïde productie beïnvloeden.

 

Hun onderlinge werking :         

 

PGI1     via D6D en COX1 (cofactoren : vitamine C, B3, B6, Mg, Zn, lichaamsbeweging)

 

    • gaan ontstekingsreacties tegen (artritis, MS),

    • werkend vaatverwijdend en remmen de trombocytenaggregatie (belang bij hart- en vaatziekten),

    • blokkeren het vrijkomen van arachidonzuur (AA) uit de weefsels,

    • verlagen de arteriële bloeddruk (belang bij hart- en vaatziekten),

    • remmen de cholesterolaanmaak (PGF1α) (belang bij hart- en vaatziekten),

    • activeren de T-lymfocyten (verhogen de immuniteit),

    • beschermen het organisme tegen auto-immuunreacties,

    • remmen de proliferatie van glad spierweefsel (abnormale celgroei),

    • vertonen een insulineachtige werking,

    • normaliseren de vorming van fibrine-weefsel (belang bij hart- en vaatziekten),

    • kunnen depressie wegnemen of verminderen,

    • verminderen de activiteit van lysosomen (belang bij hart- en vaatziekten),

    • antagonist van PAF (Platelet Activating Factor).

    • ...

 

 

PGE2      via COX2 (omzetting geremd door : oxycholesterol, geoxideerde MOVZ, en geactiveerd door : bromelaïne)

 

    • oefenen een pro-inflammatoir effect uit : verwijden bloedvaten, erytheem, warmte, oedemen (= verhoogde capillaire permeabiliteit), pijn, koorts,

    • stimuleren de werking van histamine, bradykinine,

    • verwijden de bloedvaten en remmen de trombocytenaggregatie (door verhogen van het cAMP gehalte in de trombocyten),

    • remmen de bloedstolling (anticoagulans, vooral de PGI2),

    • verlagen het serotonine gehalte,

    • zijn nodig voor de afscheiding van het beschermend darmslijmvlies,

    • ...

 

 

TXA2     via COX2 (omzetting geremd door : bromelaïne, imidazolderivaten)

 

    • versterken de ontsteking,

    • versterken de trombocytenaggregatie (vermindering van het cAMP gehalte),

    • leiden de coagulatie in,

    • vernauwen de bloedvaten (met bloeddrukverhoging als gevolg),

    • stimuleren de vorming van glad spierweefsel en de collageensynthese (plaquevorming!),

    • verminderen de doorlaadbaarheid van de weefsels,

    • verhogen het serotonine-gehalte,

    • ...

 

 

PGI3     via D6D en COX3 (cofactoren : vitamine C, B3, B6, Mg, Zn)

 

    • reguleren de bloedklontervorming,

    • vertragen de bloedstolling zodat de kans op trombose afneemt,

    • verlagen het cholesterolgehalte en het TAG-gehalte in het bloed,

    • verhogen het HDL-cholesterol niveau,

    • verminderen het dichtslibben van de aders,

    • ...

 

De evenwichtsoefening :         

 

Er bestaat een voortdurend evenwicht tussen de vorming van de diverse typen eicosanoïden. Dit evenwicht hangt gedeeltelijk af van de aanvoer via de voeding en komt tot stand doordat er een voordurende competitie bestaat voor bepaalde enzymen.

 

De verhouding tussen de verschillende vetzuren in de membranen (DHA, EPA, alfalinoleenzuur, arachidonzuur) bepaalt welke vetzuren beschikbaar komen, na afsplitsing door het fosfolipase, als substraat voor de cyclo-oxygenase- (COX) en lipo-oxygenase- (LOX) enzymen en bepaalt daarmee de balans tussen pro- en anti-inflammatoire eicosanoïden. Een hoge ratio tussen omega-6- en omega-3-vetzuren veroorzaakt een ongewenste toename van de (systemische en/of lokale) ontstekingsactiviteit in het lichaam.

 

Het is belangrijk te benadrukken dat de gebruikte enzymen (D5D, D6D...) gemeenschappelijk zijn aan beide reactie-richtingen. De effecten van de prostaglandinen E2 et E3 zijn tegengesteld en ageren zoals een balans in evenwicht. Dit evenwicht is ideaal wanneer door de voeding 1 à 5 x meer omega6 dan omega3 vetzuren worden aangevoerd (deze verhouding kan worden verklaard door de grotere affiniteit van de gemeenschappelijke desaturasen voor de omega3 vetzuren : zie ook "Evenwicht van de essentiële omega vetzuren").

 

Daar onze westerse voeding tot 50 maal meer omega6 VZ bevat, is deze overmaat oorzaak van vrije radicalen pathologie en onderdrukking van de immuniteit (via het teveel AA dat de productie van inflammatoire PG2 stimuleert, die het immuunsysteem onderdrukken).

 

Zie ook : "Nutribalans".

 

 

Voeding

 

    • Het fosfolipase A2/C enzym dat tussenkomt bij de vrijstelling van AA uit de vaatwand van dierlijk voedsel (vlees, melk, ei) wordt geremd door PG1 maar ook door vitamine E.

 

    • Extra EPA remt de arachidonzuur (AA)-vorming uit GLA door in competitie te treden met het D5D, waardoor eerder PGI3 dan PGI2 worden gevormd. De PG3-TX3 familie heeft een zeer gunstige werking bij hart- en bloedvatenziekten : zij regelen de bloedplaatjesaggregatie (bloedklontering). Hierbij is de werking van TGI3 sterker dan deze van PGI2, en deze van TXA3 vrijwel inactief.

 

    • EPA treedt ook in competitie met AA voor het enzym 5-lipoxygenase (LOX). Dit enzym kan AA omzetten in de leukotriënen van het type 4 die sterk ontstekingsverwekkend optreden. Wanneer voldoende EPA aanwezig is worden echter leukotriënen van het 5-type gevormd welke nauwelijks een biologische activiteit hebben. De leukotriënen van het 4-type daarentegen zijn uiterst potente stoffen, waarvan de biologische activiteit 1000 tot 10000 x zo sterk is als histamine (vooral het LTB4). Dit 4-type wordt in verband gebracht met astma, bronchitis, oedemen, anafylaxis, psoriasis...

 

    • Teveel linolzuur (LA, veel in voeding als smaakverbeteraar en in plantaardige oliën) gaat door competitie voor het D6D enzym de omzetting van ALA naar EPA remmen. Het minder benutten van het enzym D5D voor de verdere omzetting van EPA naar DHA en PG-afgeleiden maakt dat meer D5D ter beschikking komt voor de conversie van DGLA naar AA waarna meer PGE2 ontstaat. De vorming van PGE2 is enigzins tegen te gaan door AA beperking in de voeding (geen vlees) en door linolzuur restrictie. Vitamine E en bètacaroteen kunnen ook de vorming van PGE2 remmen.

 

    • Omgekeerd kan een teveel aan ALA de omzetting van LA naar GLA remmen. Dit geldt niet meer voor EPA. Extra EPA kan wel meer dan ALA de PG2 invloed temperen door meer PG3 aan te maken die sterker zijn dan PG2.

 

    • Naargelang het evenwicht tussen de PG2 en de TX2 verlopen de degenererende processen in de ene of de andere richting. Vooral in de PG2 en TX2 familie gaat het evenwicht gemakkelijk verschuiven in de richting van TX2 (pathologische pathway).

 

      • het evenwicht kan terug worden verschoven met bromelaïne : deze protease uit ananas verlaagt het niveau van de pro-inflammatoire PG2 en de TX2 en veranderen dus de verhouding TXA2/PGI2 in de richting van een anti-inflammatoire activiteit (dosis-afhankelijk) .

 

      • omgekeerd zullen geoxideerde MOVZ, oxycholesterol en een overmaat AA de plaquevorming bevorderen door de synthese van PGI2 in de vaatwand te remmen, waardoor :

 

        • het evenwicht verschuift naar TXA2 in de bloedplaatjes,

 

        • de RBC en de bloedplaatjes aan de bloedvatwand blijven kleven en hierbij stuk gaan,

 

          • de hierbij vrijgekomen Fe en Cu als sterke katalysatoren gaan optreden voor een vrije radicalen oxidatie waardoor de TXA2 concentratie nog meer gaat stijgen en dus ook de aggregatie van trombocyten.

 

---> antioxidantia zoals vitamine E en coënzym Q10 kunnen de vaatwand helpen beschermen.

 

 

---> overdreven inname van MOVZ is echter gevaarlijk : een hoger risico op een hartaandoening kan optreden bij lipidperoxidaties van MOVZ door een tekort aan beschermende antioxidantia

---> hierdoor wordt de PGI2 aanmaak in de vaatwand geremd en stijgt de TXA2 in de bloedplaatjes

---> plaquevorming!

 

 

Buiten het dieet wordt de activiteit van D5D, D6D en D9D enzymen beïnvloed door hormonen (insuline...), beweging, pH...:

 

    • proteïnen : veel proteïnen in het dieet doen vooral de D6D activiteit stijgen, een proteïnearm dieet inhibeert de D6D

    • vetten : verzadigde en dierlijk vetten, transvetzuren, geraffineerde oliën remmen het D6D

    • vasten : doet vooral het effect van D9D dalen (terug eten doet dan het omgekeerde)

    • suikers : doen op korte termijn de activiteit van alle desaturasen stijgen, op lange termijn stijgt enkel de D9D activiteit en daalt de D6D activiteit

    • alcohol : remt de D6D activiteit

 

    • insuline : doet de activiteit van alle desaturasen stijgen

    • glucagon : doet de activiteit van D5D en D6D dalen

    • epinefrine : doet de activiteit van D5D en D6D dalen en die van D9D stijgen

    • cAMP : doet de activiteit van D5D en D6D dalen

    • glucocorticoïden : doen de activiteit van D5D en D6D dalen

    • lithium : stabiliseert de D6D activiteit (in zeezout, kelp, zeewieren en zeevoeding)

 

    • thyroxine : doet de activiteit van D6D dalen en die van D9D stijgen

    • hypothyroïdie : doet de activiteit van D6D en vooral van D9D dalen

 

    • bewegen : stimuleert de D6D activiteit

    • ouderdom, diabetes, schizofrenie : leidt tot verlies van D6D activiteit

    • het ras (zie verder)

 

Praktisch :         

 

    • Functionele EVZ deficiëntie : de activiteit van het D6D daalt met de ouderdom : zo wordt bv. te weinig DGLA wordt gevormd. Bejaarden hebben dus meer nood aan LA (of meer GLA) en ALA (of meer EPA).

 

    • Moedermelk bevat 9% GLA terwijl koemelk of kindermelken veel te weinig of praktisch geen GLA bevatten.

 

    • Er wordt minder of geen orgaanvlees meer gegeten : deze bevatten EVZ, terwijl spiervlees geen EVZ bevat, maar enkel AA (ontstekingverwekkend). Gevogelte daarentegen bevat wel EVZ en is dan ook te verkiezen (in de vrije natuur eten carnivoren eerst de organen op en dan pas de spieren).

 

    • Te lage visconsumptie veroorzaakt tekorten aan EPA en DHA.

 

      • zeekustdiëten rijk aan omega3 VZ hebben de enzymactiviteit van het desaturase bij de oorsponkelijke bewoners gemoduleerd en het EVZ metabolisme geschikt gemaakt aan de nutritionele omstandigheden gekenmerkt door een lage D6D-activiteit en veel EPA-aanvoer. Zij aten vooral vis en voedsel uit koud water.

 

      • inlandse bewoners hebben een overmaat aan LA en ALA en hebben het D6D en D5D sterk nodig. Dit komt overeen met het blanke ras : zij aten granen, zaden, orgaanvlees, rauw plantenvoedsel : veel LA maar weinig EPA.

 

 

    • Nutritionele correctie van EVZ deficiëntie :

 

      • beperk dierlijke vetten

      • beperk de aanvoer van LA

      • elimineer de D6D remmers (verzadigde vetten, cholesterol, transvetzuren, geraffineerde suikers, alcohol...)

      • vul de cofactoren aan, vooral voor het PGE1 metabolisme : voor D6D met vit B6, Mg, Zn ; voor COX1 met vit B3 en vit C

      • meer vis eten, meer ALA, EPA, vitamine E en olijfolie (zeer matig zijn met andere plantaardige oliën!)

      • meer GLA : in teunisbloemolie, in moedermelk, sla, spirulina, zwart bessenzaad, komkommerzaad, bernagie... of in supplementen

      • meer antioxidanten om de peroxidatie van de MOVZ en plaque-vorming (zie hoger) te voorkomen : rauwe voeding, Vit E, CoQ10, Se, bakken met olijfolie...

 

      • vermijd "trans" vetzuren : zij blokkeren de biosynthese van PG1 en gedragen zich als VVZ. Met "trans" vetzuren kunnen geen prostaglandines worden aangemaakt, maar gaan wel concurreren met EVZ. Transvetzuren komen in steeds grotere hoeveelheden voor in de voeding! De terugval van nog echte biologisch actieve EVZ is één van de grootste veranderingen van de laatste 50 jaar in de voeding van de westerse maatschappij.

 

Deze "trans" vetzuren worden gevormd :

 

        • door verhitting van MOVZ tijdens industriële processen en tijdens het koken en braden in de keuken

        • bij het harden (hydrogenatie) van margarines

        • in bakkersproducten, bewerkt vlees, soepen, snoepgoed, in olie gebakken producten (frietjes, chips...)...

 

      • kwaliteit van de in de voeding aanwezige cholesterol : alleen in alle dierlijke producten en afgeleide bereidingen kunnen oxycholesterolen voorkomen door oxidatie van cholesterol :

        • in industriële voedselbereiding, maar ook in de eigen keuken : daarom zo weinig mogelijk bij hoge temperaturen werken : stomen is daarom beter dan bakken.

        • eieren en boter worden in zeer veel kant en klaar voedsel verwerkt, waarbij hoge concentraties  oxycholesterol gevormd worden.

        • de grootte van het oppervlakte van het voedingsmiddel dat in contact komt met het zuurstof in de lucht is van belang : ei- en melkpoeder, gemalen kaas, gemalen noten zijn extra oxidatie-gevoelig.

        • ook in het organisme kan het cholesterol in het bloed (altijd verbonden met zijn drager LDL) geoxideerd worden door vrije radicalen tot oxycholesterol : belang van voldoende aanvoer van andere antioxidantia.

        • licht, temperatuur, tijdsduur :

          • dierlijke voedingsmiddelen steeds koel bewaren, buiten de invloed van licht en lucht.

          • producten die ei- en melkpoeder bevatten (melkchocolade, boterkoekjes, banket, cake...) niet lang bewaren bij kamertemperatuur : verhoogd risico op oxidatie.

 

    • Omega 3 en 6 vetzuuranalyse in bloed :

 

      • de "ω6/ω3" verhouding moet 5/1 zijn en is afhankelijk van het dieet : is uiterst belangrijk voor alle degeneratieziekten

 

        • de "MOVZ/alle andere VZ" verhouding moet zich situeren tussen 1 en 4 :

          • oliën in hun natuurlijke onbewerkte vorm hebben een verhouding van 3.8 tot 6.5, maar

            • margarines bv. hebben een verhouding van 0.05.

 

      • bepalen D6D en D5D activiteiten :

        • lage D6D activiteit indien de verhouding LA/GLA+DGLA hoog is

        • hoge D6D activiteit indien de verhouding LA/GLA+DGLA laag is

 

        • lage D5D activiteit indien de verhouding DGLA/AA hoog is

        • hoge D5D activiteit indien de verhouding DGLA/AA laag is

 

    • Supplementen :

 

      • GLA : 0.5 à 3g/d

      • lijnzaadolie of vlaszaadolie : 1 à 2 soeplepels/d

      • visolie : 1 à 6g/d

      • olijfolie voor het bakken en op het brood

      • Vit B-complex, Vit C-complex, Vit E-complex

      • Mg, Zn suppletie

 

 

 

 

 

 ZOELHO (c) 2006 - 2024, Paul Van Herzele PharmD        Laatste versie : 11-jul-24                     

DisclaimerDisclaimer

 

De lezer dient steeds in acht te houden dat de beschreven curatieve eigenschappen in geen enkel geval het medisch advies vervangen, welke steeds onmisbaar is bij het stellen van een diagnose en bij bepaling van de ernst van de aandoening. Wel wordt de gebruiker gestimuleerd beslissingen met betrekking tot zijn gezondheid te nemen, op basis van eigen research, steeds in samenspraak met een professionele gezondheidswerker.

 

In alle gevallen valt het gebruik van dit programma enkel onder de controle, het beheer, de risico's en de verantwoordelijkheden van de gebruiker.