Zoëlho, op naar een bewuste levensstijl.

Coënzymen

 

Laatste bijwerking : 2021.11.19

 

 

Coënzymen zijn organische verbindingen die een enzym nodig hebben om een reactie te kunnen uitvoeren. Het coënzym is een voor de activiteit van een enzym onmisbare factor, die met het eiwitgedeelte van een enzym geassocieerd kan worden.

 

De meeste vitaminen, mineralen en oligo-elementen werken als coënzym/cofactor van diverse enzymsystemen, en zijn dus betrokken bij tal van metabole reacties.

 

Het coënzym is bepalend voor het type reactie dat het enzym zal katalyseren (oxidatie-reductie...) : zie ook "Enzymen". Meestal met de hulp van oligo-elementen (mineralen). Bij een tekort hieraan zal het organisme putten uit zijn eigen mineraalreserves (tanden, beenderen, haren). Zover de voorraad strekt...

 

Sommige stoffen in de voeding, zoals fytinezuur (vooral in granen en peulvruchten), vangen mineralen door chelatie. Onze voeding speelt daarom een grote rol in het vlot verloop van alle enzymatische reacties... (zoals bv. het wit worden van de haren en van de huid (vitiligo, een auto-immuunziekte) door het slecht functioneren van het catalase-enzym door een verstoring van het mineraal-evenwicht ).

 

Overzicht inhoud :

 

Co-enzymen, voorbeelden :

 

Coënzym A

 

ATP / ADP / AMP

 

NAD / NADH

 

FAD / FADH2

 

GSSH / GSH

 

CoQ10

 

 

Wanneer het coënzym betrokken is bij de opbouw van stoffen tijdens de biosynthese, bevat het een extra fosfaatgroep op de 2'-plaats van ribose (NAD+ en NADPH).

 

Inhoud :

         

Coënzym A

Coënzym A is opgebouwd uit een cysteamine-eenheid, een pantotheenzuur (vit B5)-fragment en adenosine fosfaat.

 

Het chemisch actieve gedeelte is een thiolgroep : het wordt daarom ook afgekort als CoA-SH.

 

Bekend is de werking van AcetylCoënzym A in de biosynthese van vetzuren. AcetylCoA treedt op als algemene activator voor acetyloverdracht op talrijke plaatsen in de cel.

 

acetyl :  - C = O of CH3CO

                 |

    CH3

 

Coënzym A speelt een belangrijke rol in het metabolisme van vetten, eiwitten en koolhydraten waarvan de afbraak geschiedt via acetyl-CoA in de citroenzuurcyclus (Krebs, TCA : tricarboxylic acid cycle) tot CO2 en energie. Het is ook betrokken bij de biosynthese van vetzuren en bij acetyleringsreacties, zoals de vorming van acetylcholine en CoQ10/cholesterol, en bij ontgiftingsreacties.

 

 

 

---> Haar aanvoer (aangemaakt door de anaerobe glycolyse via pyruvaat of vetzuren) is een cruciale factor in de snelheid van de Krebscyclus.

 

Coënzym A is ook verantwoordelijk voor andere belangrijke processen in het lichaam zoals de hormoonsynthese. Wanneer er een tekort is aan coënzym A wordt het lichaam gedwongen om te kiezen of het de beschikbare hoeveelheid coënzym A gebruikt wordt voor de hormoonsynthese, of voor het afbreken van vetten. Hormoonsynthese heeft prioriteit (zonder kunnen voortplantingsorganen zich niet ontwikkelen) en als gevolg daarvan heeft het lichaam moeite met het afbreken van alle betrokken vetten. Vetten die eigenlijk afgebroken en afgevoerd moesten worden via de bloedbaan, worden in plaats daarvan afgezet in de klieren en poriën en uitgescheiden als talg. Talg is vet in vloeibare vorm. Tieners hebben de hoogste graad van hormoonproductie en zijn daarom degenen die het meest last hebben van acne.

 

         

ATP (adenosine trifosfaat)

 

 

 

    • ATP (adenosine trifosfaat, Adenine - Ribose~P~P~P) is een nucleotide, stof opgebouwd uit een stikstofrijke molecule, een suikermolecule en 3 fosforatomen met hoge bindingsenergie. Het wordt veelvuldig als cofactor van enzymatische reacties gebruikt in het organisme.

 

 

    • ATP is in het organisme van buitengewoon belang daar het de energiebalans in evenwicht kan houden.

 

      • reacties waarbij energie nodig is (endergone) zullen gepaard gaan met de afbraak van ATP,

      • reacties waarbij energie vrij komt (exergone) zullen gepaard gaan met de opbouw van ATP uit ADP en AMP, zodat de vrijgekomen energie weer vast ligt en in andere opbouwreacties kan gebruikt worden.

 

Deze reacties zijn nauw aan elkaar gebonden en bijna de volledige energie gaat over van het ene systeem naar het andere. Slechts een klein gedeelte komt vrij onder de vorm van warmte (---> in stand houden van de lichaamstemperatuur).

 

 

    • ATP is ook nodig voor het ontplooien van eiwitten in de ruimte, hier in het cytoplasma van de cel. Ontplooide eiwitten geven een structuur aan het water in de cel. De ruimtelijke oriëntatie van de cel bepaalt de elektrische lading van de buitencelwand, zodat cellen onderling een afstand bewaren/ niet aan elkaar gaan klitten. Het verlies van structuur van het water in het cytoplasma ligt waarschijnlijk aan de basis van mitochondriale disfunctie én aan het samenklitten van cellen bij tumorvorming.

     

  1.  

    • Binnen in de cel fungeert ATP als een batterij waarop biochemische processen kunnen lopen. Het is daarom noodzakelijk voor een levende cel dat er constant nieuwe ATP geregenereerd wordt.

 

 

Hydrolyse : met energievrijstelling.

 

Enzymen die een "energetisch ongunstige reactie" moeten katalyseren kunnen dit doen door de gelijktijdige katalyse van de Hydrolyse van ATP (zie ook : "Enzymen, reactiesnelheid").

 

      • ATP wordt beschouwd als een "energierijke" verbinding : omdat bij het hydrolyseren van de trifosfaatgroep energie vrijkomt die voor andere doeleinden in de cel gebruikt kan worden. Deze hydrolyse van ATP is een thermodynamisch gunstige reactie. Zij heeft plaats in het mitochondrion, een celorganel.

 

        • ATP wordt hierbij omgezet in ADP of AMP.

 

 

Vorming

 

Enzymen die een "energetisch gunstige reactie" moeten katalyseren kunnen dit doen door de gelijktijdige katalyse van de synthese van ATP :

 

      • H+ gedreven en gekatalyseerd door het ATP-ase :

 

        • ATP wordt gevormd na verbranding van suikers tot koolstofdioxide en waterstof in de citroenzuurcyclus (in de mitochondria), en verder,

 

          • de elektronen van waterstof via de elektronentransportketen (respiratieketen) worden overgedragen op de carrier O2 ,

 

            • waarbij water wordt gevormd en energie vrijkomt, welke ADP + PI (anorganisch fosfor uit de voeding H2PO4- )  ---> ATP (oxidatieve fosforylatie).

 

---> Deze energie komt dus vrij door oxidatie van de voeding (= zonne-energie).

 

      • Geen H+, katalyse met verschillende enzymen :

 

        • ATP kan ook terug worden geregenereerd met behulp van het enzym creatine-(fosfo)kinase (CK of CPK) uit ADP + PI of

 

          • met de hydrolyse van een verbinding met een hoge chemische potentiaal, gekoppeld aan de synthese van ATP uit ADP en Pi (bv. het succinyl CoA synthase in de citroenzuurcyclus) of

 

            • door overdracht van een hoog energetische fosfaatgroep aan ADP in fosfotransferase (kinase)-reactie (bv. pyruvaatkinase) (substraat fosforylatie).

 

Transport

 

    1. Om het gevormde ATP uit de mitochondriën te loodsen is het ATP-ase enzym en Mg2+ nodig via een pompsysteem (zie Celmembranenwerking, energie transport systemen).

 

Hierbij wordt met

        • antiport ADP3- (via de adenine nucleotide translocator)

 

--> ADP in  mitochondriën --->

 

met Mg2+  ---> in uitwisseling met het gevormde ATP4-

 

--> ATP uit de mitochondriën.

 

        • antiport H2PO4- (via de fosfaat translator)

---> H2PO4- in de mitochondriën --->

in uitwisseling met OH- en ATP

 

---> ATP uit de mitochondriën.

 

 

Zie ook " Overzicht van de energieleverende processen".

 

 

 

 

      • ATP, en een van zijn afbraakproducten, adenosine (zie ook : cAMP in "Cellulaire receptor binding"),

        • treden samen op thv van de hersenstam, die verantwoordelijk is voor fundamentele functies zoals hartritme, ademhaling en maag- en darmfunctie (enzymsecretie, normale darmcontracties...), en ook bij contratie van de blaas, bij erectie...

        • zijn betrokken bij de slaap, het geheugen, het leerproces en de beweging.  

      • thv het zenuwstelsel treedt ATP, samen met andere neurotransmitters, op als cotransmitter van noradrenaline of acetylcholine.

      • in de communicatie met neuronen van het perifeer zenuwstelsel, reguleert (of verstuurt) ATP, via ondertypes van de ATP-receptoren P2X et P2Y, de informatie afkomstig van de gevoelsorganen : de ogen, de oren, de neus en de tong naar de hersenen. De gevoelszenuwen die pijnprikkels versturen gebruiken ook ATP voor de signaaltransmissie naar het beenmerg.

      • daarnaast bestaat de ATP-gemedieerde cel-celcommunicatie in veel celsoorten, waaronder deze van

        • het cardiovasculair stelsel : constrictie, dilatatie, celproliferatie, bloedcoagulatie...

        • het immuunstelsel : inflammatie, verwijdering van geïnfecteerde cellen...

        • de huid : normale hernieuwing van huidcellen, hun vermenigvuldiging bij de wondgenezing, hun proliferatie (psoriasis?)...

        • het beenderstel : stimulatie/inhibitie van osteoblasten/osteoclasten (zie : "Osteoporose")

 

Nieuwe medicamenten zouden deze ondertypes van de ATP-receptor selectief kunnen remmen of stimuleren, de diffusie ervan verhinderen of verhogen, of nog haar afbraak remmen na haar vrijstelling door de cellen. Een eerste medicament op de markt is clopidrogel (PLAVIX°), dat de P2Y12 receptoren op de bloedplaatjes blokkeert, waardoor de vorming van bloedklonters wordt verhinderd. Andere medicamenten zouden de ATP-receptoren kunnen blokkeren waardoor ontstekingstoestanden in de darm (zoals de ziekte van Crohn...) kunnen worden behandeld, of ook nog neuropathische pijnen of pijnen door inflammatie bestrijden.

         

NAD+

 

 

    • Een oxidator welke, bij reductie, H+ en elektronen kan opnemen.

 

    • Nicotinamide Adenine Dinucleotide : 2 x nucleotide (= base + suiker + fosfaat) :

 

Adenine - Ribose - fosfaat - O - fosfaat - Ribose - Nicotinamide

 

    • Nicotinamide (niacine, B3) wordt aangemaakt uit tryptofaan, een essentieel AZ en verder gehecht aan ADP (adenosine di-fosfaat) :

 

Tryptofaan    --->   Nicotinezuur/Niacine   --->   NAD+

 

      • Na reductie ontstaat NADH + H+ , een elektronendrager. Dit NADH (Nicotinamide Adénine Dinucléotide Hydrid) wordt via de elektronentransportketen (respiratieketen) weer geoxideerd, waarbij het energierijke ATP (adenosine trifosfaat) wordt opgebouwd en O2 wordt omgezet in H2O (aëroob metabolisme) :

 

NADH  --->  NAD+ + 2e- + H+  

 

 

NAD+ is de belangrijkste elektronenacceptor bij de oxidatie van brandstofmoleculen.

 

 

    • Bij de biosynthese van vetzuren, zullen 2 moleculen NADH de 4 elektronen leveren die nodig zijn voor de reductie van een carbonylgroep tot een methyleengroep.

 

---> Alzo komt NADH in het organisme voor als co-factor van meer dan 1000 enzymen.

 

    • NADH moleculen zijn indirect werkende antioxidanten, d.w.z. zij hebben geen interactie met agressieve vrije radicalen. Ze dragen evenwel bij aan het antioxidatieve potentieel van de cel door geoxideerde antioxidanten te regenereren. NADH reduceert het geoxideerde glutathion (GSSH) terug tot de belangrijkste antioxidant voor de cel : het gereduceerd glutathion (GSH).

 

    • Plaatsing : NAD+ is een molecule die in cellen in het organisme wordt gevonden die helpt energie over te brengen tussen moleculen.

 

      • NADH is de dominante elektrondrager in het energiemetabolisme en in het katabolisme :

NAD+ + 2e- + H+  <--->  NADH

 

      • NADPH is de dominante elektrondrager in het anabolisme : NADP+ wordt gereduceerd in de PPP-cyclus, die daarmee dient als een belangrijke bron voor anabole elektronen :

 

NADP+ + 2e- + H+  <--->  NADPH

 

NADPH is zeker even belangrijk als ATP, omdat NADPH de primaire bron van elektronen is, nodig voor het herladen van antioxidantia zoals glutathion, vit C en vit E.

 

      • Via het transhydrogenase kan NADPH ook gemaakt worden uit NADH :

 

NADH + NADP+  <--->  NADPH + NAD+

 

Zie ook : "Redox-mechanismen".

 

 

 

 

 

 

         

FAD+

 

 

    • Een oxidator welke, bij reductie, H+ en elektronen kan opnemen.

 

    • Flavine Adenine Dinucleotide : 2 x nucleotide (= base + suiker + fosfaat) :

 

Adenine - Ribose - fosfaat - O - fosfaat - ribityl - Flavine

 

    • Het ribityl-flavine gedeelte ontstaat via enzymatische splitsing uit het vitamine B2, Riboflavine.

 

    • Na reductie ontstaat FADH2 , een elektronendrager :

 

FAD+  ---> reductie + 2H+, +2e-  ---> FADH2

 

    • FAD+ treedt o.a. op als elektronenacceptor in oxidaties van alkanen naar alkenen waarbij het gereduceerd wordt tot FADH2 :

 

FADH2  ---> oxidatie -2H+, -2e- ---> FAD+ --->  reductie + 2H+, + 2e-  ---> FADH2

 

    • Samen met FMN is FAD een belangrijk coënzym in enzymatische redoxreacties.

 

    • De katalytische cyclus van het flavine bevattende mono-oxygenase (FMO) kan in competitie treden met de SAMcyclus (zie ook homocysteïne) bij overbelasting door zwavelhoudende xenobiotica :

 

      • FMO-FAD ---> met NADPH + H+ ---> FMO-FADH2 (NADP+) ---> + O2 --> FMO-FADHOOH (NADP+)

 

        • FMO-FADHOOH (NADP+) + X ---> FMO-FADHOH (NADP+) + XO

(enzymcomplex met B9, B2, B3 als cofactoren)

 

          • FMO-FADHOH (NADP+) ---> NADP+ + H20 + FMO-FAD

(Xenobiotica : vooral zwavelhoudende (S) xenobiotica zoals thiolen, thio-amiden, mercapto-imidazol, thiocarbamaat, carbamides in plastic, schuimrubber..., in herbiciden, fungiciden...).

 

Deze flavinecyclus kan niet doorgaan indien de homocysteïnespiegel te hoog is, daar er voor de recyclering van homocysteïne te veel foliumzuur nodig is.

         

GSSH

 

Glutathion (GSH, GSSH) :

 

    • Een oxidator welke, bij reductie, H+ en elektronen kan opnemen.

 

    • Het gereduceerde GSH (Glutathion), een tripeptide, gesynthetiseerd uit de AZ glutamine, cysteïne en glycine (Glu-Cys-Gly) en vertegenwoordigd meer dan 90% van het totaal glutathion.

 

    • Het geoxideerde GSSH, een disulfide, wordt via het GSH reductase en TPP (thiaminepyrofosfaat (met vit B1)) gereduceerd naar GSH.

 

    • Omgekeerd kan GSH terug geoxideerd worden naar GSSH via het GSH peroxidase met Se (selenium) als cofactor :

 

GSSH ---> GSH reductase/TPP/NADPH (uit PPP-shunt)  ---> GSH + NADP+ ---> GSH peroxidase + Se  ---> GSSH

 

 

    • GSH bezit een hoge induceerbaarheid, en kan alzo beantwoorden aan een hogere vraag van essentiële vetzuren en selenium :

 

      • de verhouding GSH/GSSH geeft een indruk van de mate van oxidatieve processen in een biologisch systeem,

      • de verhouding GSH/GSSH is in veel weefsels ongeveer gelijk aan 10, zodat een lager getal een meer dan normale oxidatiegraad weergeeft.

 

GSSH is dus geen antioxidant; het wordt pas een antioxidant in het lichaam wanneer het gereduceerd is tot GSH. NADH speelt hierbij als coënzym een essentiële rol.

 

    • GSH kan vervolgens in het organisme geoxideerde vitamine C regenereren tot actieve vitamine C, welke op zijn beurt weer geoxideerde vitamine E kan regenereren tot actieve vitamine E.

 

    • GSH komt tussen in de fase 1 van de hepatische ontgifting (MFO) door het binden van toxines (zware metalen, oplosmiddelen, pesticiden...).

     

    • GSH speelt ook een belangrijke rol in het immuunrespons bij de regeling van de differentiatie van B en T lymfocyten. GSH treedt op als regulator in het PG-TX-LT ecosysteem (zie : "PG-TX-LT profiel"). Zonder GSH kunnen lymfocyten niet vermenigvuldigen.

     

      • GSH verbetert de T-cel functie en

        • stopt ontstekingsreacties

        • vermindert allergische reacties

        • stimuleert het immuunsysteem

        • beschermt tegen kanker

        • verhoging van de glutathionwaarden door suppletie met NAC (N-acetyl-cysteïne) verlaagt de bloedwaarden van interleukine-10 (IL-10), IL-6, TNF-alfa en IL-1. glutamine (een component van glutathion), reguleert het immuunsysteem :

            • lymfocyten en macrofagen verbruiken veel glutamine,

            • glutamine stimuleert de lymfocytenproductie en de activiteit van de Natural Killer (NK) cellen.

 

 

    • De voordelen van GSH :

 

      • de belangrijkste antioxidant in mitochondria

      • zorgt ervoor dat cholesterol niet oxideert

      • verwijdert carcinogenen

      • ontgift alcohol

      • controleert insuline

      • beschermt ons genetisch kapitaal door bij te dragen tot het behoud van de lengte van onze telomeren .

      • ...

 

    • Met de leeftijd (vanaf 35 - 40 jaar), daalt de endogene aanmaak van glutathion : stilaan stapelen toxines zich op, verstoren de hormoonwerking, wat op termijn leidt tot obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten...

     

    • Verlagen ook de glutathion-spiegels :

      • roken, alcohol, sommige geneesmiddelen (o.a. paracetamol), diabetes, sommige neurodegeneratieve aandoeningen, te intensief sporten...

 

Het metabolisme van paracetamol bij de mens oxideert paracetamol tot iminoquinon, welke op zijn beurt reageert met de zwavel in  glutathion waarbij een stabiele verbinding Zwavel-Koolstof wordt gevormd met verlies van de oxidantcapaciteit van glutathion. Men constateert dat hoe lager het niveau glutathion, hoe erger de ziekte; omstandigheden die vooral voorkomen bij bejaarde personen maar ook bij overdreven paracetamol-inname.  

 

Vertoonden de personen die overleden aan COVID geen belangrijk tekort aan glutathion ? Was paracetamol-inname bij hen niet tegenaangewezen?

 

  1. Bronnen :

    • voedingsmiddelen rijk aan glutathion : asperges, knoflook, meloen, avocado's... maar oraal glutathion wordt in de maag vernietigd vooraleer het de bloedcirculatie bereikt

    • voedingsmiddelen rijk aan voorlopers van glutathion (cysteïne, glycine, glutamaat) : melkwei (zie : "Melk en afgeleiden"), tarwekiemen, havervlokken, noten, zaden, uien, peulvruchten...

    • NAC (N-acetylcysteïne, als bron van cysteïne) samen met vit D, vit E, Vit C, alfa liponzuur en silymarine verhogen de endogene glutathionproductie in het organisme

    • Ook fysisch bewegen doet de endogene productie van GSH stijgen, omdat bewegen de ATP concentraties verhoogt. En ATP (via de PPP-shunt) is juist nodig voor de productie van GSH.... En verhoogde glutathionspiegels versterken het immuunsysteem... (zie hoger).

     

  2.  

  3. Tekorten : het belang van glutathion in de energieproductie, de ontgifting en in de preventie van ouderdomsziekten wordt grotendeels bepaald door haar invloed op de functie van mitochondria. Tekorten worden dan ook gelinkt met :

    • ouderdomsziekten zoals Alzheimer en Parkinson...

    • auto-immuunziekten

    • artritis, astma en ontstekingsziekten

    • kanker

    • spierzwakheid en vermoeidheid

    • ...

 

Glutathion peroxidase (GPX) :

      • sleutelelement in het antioxidant defensiesysteem met de hulp van glutathion (GSH) (zie verder) en selenium (hierdoor vertoont selenium antioxidant-eigenschappen)

      • in het cytosol, het plasma en de celmembranen waar GPX het werk van het SOD overneemt

      • zet het waterstofperoxide om door afgifte van een elektron : betrokken bij de eliminatie van toxische producten gevormd bij de oxidatie van langketen vetzuren of van cholesterol (peroxide R-OOH naar alcohol R-OH)

      • voorkomt de vorming van het hydroxyl radicaal

      • het GPX-gehalte in het bloed wordt mede bepaald door de oxidatieve stress waaraan het lichaam blootstaat. Maar een hoge titer wijst niet noodzakelijk op een goede aanvoer van selenium. Bij LMD, een oxidatieve aantasting van het netvlies, worden hoge GPX-niveau's gezien.

 

Glutathion s-tranferase (GST) :

      • werkt in ter hoogte van de lever

      • neutraliseert metabole toxines

 

Glutathion reductase (GRD) :

 

 

  1.          

CoQ10

 

 

Coënzym Q10, of Ubichinon, omdat deze stoffen bestaan in alle levende organismen : in elke cel van planten, dieren en in micro-organismen (Ubique (latijn) = alomvertegenwoordigd).

 

Normale referentie-plasmawaarden (bron : CHU de Liège) voor ubichinon (CoQ10)  : 0.3 à 1.39 mcg/ml (maar andere studies gaan tot 3.84 mcg/ml). De plasmawaarden dalen met de leeftijd wat nog verergert als je statines neemt.

 

Het coënzym Q10 is onmisbaar voor de cardiovasculaire gezondheid, als brandstof voor de daar talrijk aanwezige mitochondria en als antioxidant voor de reductie van het geoxideerde cholesterol (o-cholesterol) dat aan de basis ligt van arteriosclerose.

 

Coënzym Q10 :

 

    • Een oxidant die bij reductie H+ en elektronen kan opnemen. Ubichinon (ubiquinon, of Coënzym Q10 in de voeding of in voedingssupplementen) is dus nog geen antioxidant; het wordt pas een antioxidant in het lichaam wanneer het gereduceerd is tot QH2 (CoQ10H2, Ubichinol, Ubiquinol of Hydrochinon) : CoQ10H2 is dus de enige met antioxidant-eigenschappen.

 

---> NADH speelt hierbij als coënzym een essentiële rol.

 

      • deze reductie wordt alleen bereikt in de cel en uitsluitend door NADH. Dit houdt in dat de inname van CoQ10 niet erg zinvol is tenzij in de cel voldoende NADH beschikbaar is om CoQ10 te reduceren tot antioxidant ;

 

      • indien onvoldoende NADH aanwezig is in de cel kan bij suppletie van CoQ10 de voorraad NADH uitgeput geraken met alle gevolgen van dien voor de eigen celenergie (degeneratie?) ;

 

      • bij intense of chronische stress (dus ook intense sportbeoefening) wordt de capaciteit om ubichinon te reduceren tot ubichinol verstoord : de verhouding van de plasmaspiegels van ubichinol en ubichinon (verhouding ubichinol/ubichinon) is een maat voor de oxidatieve toestand van het organisme (oxidatieve stress).

 

---> deze verhouding alsook het totaal coQ10 is verlaagd in geval van cardiovasculaire ziekten, bij diabetes en migraine en bij de ziekte van Parkinson.

 

Noot : Ubichinol, de gereduceerde vorm (dus de vorm die alsdusdanig onmiddellijk kan gebruikt (geoxideerd) worden in het organisme), is nu ook verkrijgbaar in voedingssupplementen en verzekert een sterke verdedigingsreactie tegen zuurstofrijke actieve bestanddelen (ZAB/ROS) of vrije radicalen. Deze gereduceerde vorm verschaft het bijkomend voordeel dezelfde positieve werking te verzekeren bij patiënten met een verstoord enzymsysteem zoals optreedt bij hartfalen, bij personen behandeld met statines, bij ouderen...

 

 

    • Het vetoplosbare CoQ10H2 is DE lipofiele elektronendrager in vetrijke omgevingen (zoals de celmembraan) en treedt op als coënzym met alfa liponzuur en met acetyl-L-carnitine in het complex gebeuren van de cellulaire energieproductie (ATP) in de mitochondria : CoQ10 is verantwoordelijk voor 95% van de totale energieproductie. CoQ10 is de schakel, de carrier tussen de enzymcomplexen in de respiratieketen (mitochondriale omzetting van ADP ---> ATP). Q10 komt dan ook vooral in hoge concentraties voor in de meest energieverbruikende cellen bij de mens : spieren, hart, nieren en lever. CoQ10 speelt hier de rol van energiebooster. In ons lichaam heeft de conversie van CoQ10 naar ubiquinol (reductie) duizenden keren per seconde plaats in een proces dat voedsel omzet in energie...

 

 

    • Wordt gevormd "tijdens" de cholesterolsynthese : teveel voedingscholesterol zal haar vorming remmen. Ook de inname van cholesterolremmers (statines) zal de aanmaak ervan remmen.

 

 

Voeding  ---> Koolhydraten/vetten

 

---> AcetylCoA ---> Mevalonzuur ---> Farnesyl-PP ---> Squaleen ---> Cholesterol

 

en verder

 

      • uit farnesyl-PP ---> trans Q10, Dolichol (aminozuurdrager), isopentanyladenine (tRNA), Heem A (in cytochroom oxidase)...;

 

 

 

    • Natuurlijke bronnen : soja-olie, raapolie...; rundvlees, orgaanvlees (lever) ...; makreel, sardienen...; aardnoten (gebrand), sesamzaad (geroosterd)...

 

 

    • Q10 kan

 

      • onrechtstreeks vrije radicalen vangen, en dus eventuele oxidatieve schade beperken van mitochondriale membranen

      • werkt als antioxidant in de mitochondria en de vetrijke membranen, en kan daardoor een rol spelen in de preventie van neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer .

      • de cellulaire ademhaling verbeteren en het calorieverbruik bevorderen

      • de weerstand verhogen (immuunmodulator)

      • de aerobe eigenschappen verhogen, alsook de spierprestaties (spierziekten (fibromyalgie...), parkinson...)

      • de vermoeidheid verlagen kenmerkend bij ziekten zoals MS , fibromyalgie...

      • het endogeen LDL beschermen tegen oxidatie (endogene antioxidant op cardiovasculair niveau)

      • vitamine E recycleren door regeneratie van het geoxideerde vitamine E (lipidperoxidatie) : Q10 en vitamine E zijn dus beiden sterke antioxidantia doch, tegenover ubichinon, speelt vitamine E geen enkele rol bij de elektronenoverdracht in de respiratieketen (mitochondria)

      • de concentratie ketonlichamen bij diabetici verlagen : energie (ATP) wordt bekomen door oxidatie van voeding (lipiden, koolhydraten, proteïnen) in de ademhalingsketen (elektronenoverdracht) van mitochondriën. Deze ademhalingsketen bestaat uit een aantal redoxtransportsystemen. Eén daarvan is co-enzym Q10 (CoQ10).

      • een hypotensief effect ontwikkelen door bescherming van het door de vaten vrijgestelde NO dat vasodilaterend werkt (cardiovasculair) : bruikbaar in de controle van arteriële hypertensie

      • beschermen bij ischemische toestanden (life extension eigenschap)

      • eventuele tekorten aanvullen veroorzaakt door bepaalde farmaca (cholesterolsynthese-remmers zoals statines)

      • leidt bij patiënten met hartfalen tot een betere pompfunctie en een groter slagvolume (hartdecompensatie)

      • een belangrijk element betekenen in de controle van obesitas en van het metaboolsyndroom : recente studies bij dieren tonen inderdaad aan dat Q10 in staat is te ageren tegen de metabole, oxidatieve en inflammatoire stress die gepaard gaat met obesitas en met het metaboolsyndroom (inflammatie maakt integraal deel uit van de metabole verstoring die optreedt bij obesitas : zij lokt celstress uit, verstoort het metabolisme van meerdere organen (bv. mondholte met tandvleesontstekingen als gevolg) en bevordert het ontstaan van type 2 diabetes) Nathalie Delzenne (Unité de pharmacocinétique, métabolisme, nutrition et toxicologie, UCL) bij de 6de conferentie van de "International coenzyme Q10 Association" (Brussel, 27-30 mei 2010)

      • de kwaliteit van spermacellen verhogen bij mannen die lijden aan onverklaarbare vruchtbaarheidsstoornissen Mohammad Reza Safarinejad, MD J Urol, 2012 Aug;188(2):526-31. Epub 2012 Jun 15.49263 (8/2012)  "Effects of the Reduced Form of Coenzyme Q10 (Ubiquinol) on Semen Parameters in Men with Idiopathic Infertility: A Double-Blind, Placebo Controlled, Randomized Study.

      • ...

 

 

    • CoQ10-pool :

 

opgebouwd via

 

      • aanvoer via de voeding van het natuurlijke trans Q10 (sardines, makreel, varken, spinazie...). De absorptie kan verbeterd worden door vitaminen B en ijzer. De aanvoer via de voeding is normaal niet nodig aangezien het organisme in staat is Q10 voldoende aan te maken ;

 

      • endogene trans Q10-synthese uit AcetylCoA via mevalonzuur in de lever met behulp van het HMG CoA reductase ;

 

---> Mevalonzuur is zowel het substraat voor de synthese van cholesterol als van coënzym Q10.

 

      • voedingssupplementen : maak verschil tussen de natuurlijke Q10 (trans) en de synthetische (mengsel van de trans- en cisvorm). De cisvorm is echter waardeloos voor het organisme. CoQ10 verkregen door fermentatie levert enkel de actieve transvorm op met een goede biobeschikbaarheid.

 

 Door de cholesterolaanmaak te blokkeren veroorzaken statines ongewild een daling van het gehalte coënzym Q10 in het lichaam. Bij een te lage Q10 status zou de ATP-productie belemmerd kunnen worden. Cellen die de meeste arbeid verrichten (hartcellen, witte bloedcellen, skeletspiercellen...) ervaren het sterkst dit tekort. Hierdoor geven statines ook spierpijnen.

 

gebruikt voor

 

 

---> Q10 komt daarom vooral voor in het hartweefsel, de lever en in de cellen van het immuunsysteem.

 

    • Remmers van Q10 :

 

      • cholesterolsynthese-remmers (statines) : zij gebruiken beide hetzelfde biochemisch proces; statines verlagen op deze wijze de cellulaire en mitochondriale CoQ10-niveau's

      • dieetcholesterol : remt het HMG CoA reductase

      • glucocorticoïden (cortisol)

      • overmaat glucagon (reactie op hypoglykemie, zoals bij hyperinsulinemie)

      • stress, cAMP...

      • overbelasting van het organisme (pollutie, chirurgie, sporters...)

      • bètablokkers : remmen de Q10 afhankelijke enzymen

      • verlaging van het serum LDL : LDL is de drager van bètacaroteen en Q10...

      • vasten, eenzijdig diëten...

      • ....

 

 

    • Mogelijke Q10-deficiëntie bij

 

      • ouderen : verminderde aanmaak in organisme

      • cardiovasculaire pathologie  : Q10 werd met succes gebruikt bij hartfalen A Domnica Fotino, Angela M Thompson-Paul, Lydia A Bazzano. Effect of coenzyme Q10 supplementation on heart failure: a meta-analysis. Am J Clin Nutr 2013 ajcn.040741; First published online December 5, 2012.

      • migraine : met 150 mg CoQ10 per dag had 61% van de patiënten 50% minder dagen met migraine Rozen TD et al. Open label trial of CoQ10 as a migraine preventive. Cephalalgia. 2002 Mar; 22(2):137-41

      • cholesterolverlagende behandelingen met bv. statines : supplementen Q10 kunnen helpen om de spierpijn te beperken

      • cholesterol- en vetarme diëten, vegetariërs die vetarm eten

      • HormoonSuppletieTherapie (HST) tijdens de menopauze

      • ziekte van Crohn, en andere absorptieziektebeelden

      • voedingspatronen met weinig groenten, fruit, noten en zaden

      • marginale voedingstoestanden : tekorten aan vit B6, vit E en Se, nodig voor de aanmaak van Q10

      • sporters, studenten, managers, met een grote energiebehoefte : verbruiken gemiddeld meer ATP die slechts kan gesynthetiseerd worden met behulp van de elektronentransporteur Q10

      • neurologische aandoeningen zoals Parkinson, Alzheimer....

      • ...

 

 

    • Opgelet :

 

Normale geschatte plasmaspiegels van CoQ10 : 0.30 à 3.84 mcg/ml. Haar aanwezigheid in de weefsels daalt echter met de leeftijd.

 

Een dagelijkse aanvoer van 15 à 30 mg CoQ10 zou volstaan om de behoeften te dekken. Het gehalte aan CoQ10 in de voeding is relatief zwak. Het is bijna onmogelijk de aanvoer ervan significant te verhogen door het dieet aan te passen. Bij tekorten zijn dan ook voedingssupplementen aangewezen.

 

---> Maak verschil tussen de natuurlijke Q10 (trans) en de synthetische (mengsel van de trans- en cisvorm : de cisvorm is immers waardeloos voor het organisme).

 

De weinig beschikbare gegevens wijzen op een minimale aanvoer van 30 tot 100mg CoQ10 als ubichinon of 30 tot 300 mg als ubichinol per dag onder vorm van supplement indien je het plasmagehalte significant wilt doen stijgen met 0.55 mg/l en 1.36 mg/l. Bij ziektetoestanden werden dosissen tot 3 g gebruikt zonder dat de endogene synthese werd verstoord en zonder dat ongewenste effecten optraden.

 

      • Q10 supplementen kunnen in het begin tijdelijk vermoeidheid veroorzaken (overgangsfase)

      • de galenische vormen met CoQ10 verspreid in olie (zachte capsules) leiden tot betere resultaten op het gebied van biobeschikbaarheid (omdat CoQ10 lipofiel is)

      • de werking van bètablokkers (antihypertensiva) kan door Q10 worden versterkt

      • de werking van warfarine (anticoagulantia) kan door Q10 worden verminderd

      • de werking van antidiabetes-middelen kan door Q10 worden versterkt (lagere behoefte aan insuline)

      • Q10 kan maagklachten geven

      • geen Q10 supplementen bij zwangerschap, lactatie en overgevoeligheid

      • voor gebruik van Q10 tijdens een kankerbehandeling : voor info zie Stichting tegen kanker

      • met 150mg ubiquinol per dag wordt een even hoge plasmaspiegel van coenzym Q10 bereikt als met 1200mg ubiquinon per dag, en 300mg (100mg, 3x per dag) ubiquinol (ubichinol) komt overeen met 2400-3000mg ubiquinon (ubichinon) Hosoe K, Kitano M, Kishida H, et al. Study on safety and bioavailability of ubiquinol (Kaneka QH) after single and 4-week multiple oral administration to healthy volunteers. Regul Toxicol Pharmacol. 2007;47(1):19-28..

 

 

Andere :

 

Biotine (vit B2), Tetrahydrofolaat (>B9), Coënzym B12, Pyridoxaalfosfaat (>B6), Thiaminepyrofosfaat (>B1)...

 

 

 

 

 

 ZOELHO (c) 2006 - 2023, Paul Van Herzele PharmD        Laatste versie : 08-jan-23                     

DisclaimerDisclaimer

 

De lezer dient steeds in acht te houden dat de beschreven curatieve eigenschappen in geen enkel geval het medisch advies vervangen, welke steeds onmisbaar is bij het stellen van een diagnose en bij bepaling van de ernst van de aandoening. Wel wordt de gebruiker gestimuleerd beslissingen met betrekking tot zijn gezondheid te nemen, op basis van eigen research, steeds in samenspraak met een professionele gezondheidswerker.

 

In alle gevallen valt het gebruik van dit programma enkel onder de controle, het beheer, de risico's en de verantwoordelijkheden van de gebruiker.