Zoëlho, op naar een bewuste levensstijl.

Bruin vet

 

          Laatste bijwerking : 2021.11.19

 

Vettypes :

 

Het organisme heeft twee soorten vetdepots : wit vet als energiereserve en bruin vet rond de vitale organen.

 

Wit vet bestaat hoofdzakelijk uit vetcellen met brede vacuolen gevuld met triglyceriden. Wit vet situeert zich in het adiposeweefsel (vetweefsel), heeft een isolatiefunctie en speelt de rol van energiereserve. Wit vet doet verdikken door deze energiereserves op te slaan als triglyceriden (vetten). Maar vetcellen slaan niet alleen vet op, maar vormen ook samen een orgaan, dat het vethormoon vrijstelt : het adipokine leptine.

 

Bruine vetcellen zijn vooral aanwezig bij de geboorte, om warmte te genereren zodat pasgeborenen hun lichaamstemperatuur kunnen aanpassen. Bruine vetcellen zijn speciale vetcellen met kleine vetdruppels rond energieproducerende mitochondria. Bruin vet komt vooral voor in de nekstreek en rond organen (hart, nieren...). De mitochondria in deze bruine vetcellen kunnen geen celenergie produceren maar kunnen snel warmte genereren (thermogenese). Een dicht bloedvatennetwerk rond deze vetcellen en een indrukwekkende capaciteit om vetten (calorieën!) te verbranden geven dit weefsel een bruine kleur.

 

Eerder al werd ontdekt dat er een gen is dat bepaalt of een cel een witte of een bruine vetcel gaat worden. Men dacht dat dit gen een eiwit (NAPE-PLD) aanmaakte dat ervoor zorgde dat een witte vetcel veranderde in een bruine . Deze effecten zouden gepaard gaan met veranderingen in het microbioot : er zou dus een soort "dialoog" bestaan tussen vetweefsel, darmen en microbioot. Dat suggereert ook een mogelijke rol van darmbacteriën bij het verminderen van de "browning", wat impliceert dat het evenwicht in het microbioot mogelijk de balans bepaalt tussen wit en bruin vetweefsel.

 

Wanneer de spiermassa vanaf de kindertijd toeneemt, en omdat we tegenwoordig in aangenaam warme huizen wonen, verdwijnen de bruine vetcellen langzaam uit het lichaam.

 

De activatie van bruin vet kan, weliswaar beperkt, onze "wit vet"-reserves verbruiken (maar zal niet doen vermageren). 

 

Uit een recente studie bleek dat tot 30% meer bruinvet kan worden aangemaakt door 1 uur te sporten of door 15 minuten rillen :

 

 

Bruin vet vermindert ook het glucosegehalte in het bloed (glykemie) en speelt zo op termijn een rol in de preventie van diabetes.

 

FGF21 verhoogt niet alleen het metabolisme door activatie van het bruin vet. Wanneer toegediend aan obese muizen zorgde FGF21 voor normalisering van suiker- en triglyceridenspiegels in het bloed, verbeterde hun gevoeligheid aan insuline en voorkwam leververvetting.

 

Bruin vet zou een thermogeen circadiaans ritme vertonen dat afhankelijk is van glucose als brandstof voor warmteproductie. Dit "bruin vet-ritme" zou net voor het ontwaken pieken en is waarschijnlijk ontstaan als thermisch afweermechanisme om onze voorouders voor te bereiden op jagen en verzamelen in de koudste ochtenduren .

 

Geconfronteerd met koude temperaturen verbruikt bruin vet grote hoeveelheden glucose en vetten als brandstof om warmte te genereren en daarmee het lichaam warm te houden. Bruin vet verbrandt calorieën, verlaagt de bloedsuikerspiegel en beschermt daarmee tegen overgewicht en diabetes. In het verlengde daarvan bestaat er een negatieve associatie tussen het hebben van weinig bruin vet en grotere glykemische schommelingen in de bloedsuikerspiegel, die worden beschouwd als een voorbode voor diabetes.

 

 

mTORC1 is de moleculaire signalisatieweg verantwoordelijk voor de omzetting van vetcellen. Dit eiwitcomplex (waaronder de mTOR-pathway) speelt eveneens een rol bij het verouderen, bij het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen en van kanker. Het complex wordt aan- en uitgezet door het Grb10-eiwit. Grb10 wordt door stress door koude gestimuleerd, omdat deze stress het organisme aanzet meer energie te verbranden (door oxidatie van vetzuren uit triglyceriden waarbij warmte vrijkomt) .

 

Uit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van bruine adipocyten in het witte vetweefsel ook een mogelijk anti-obesitas en insuline-sensitiverend effect heeft . Er zijn aanwijzingen dat dit bruine vetweefsel tot 20 procent van de ruststofwisseling bepaalt. Door het extra energieverbruik beschermt bruin vet tegen obesitas. Bovendien neemt het weefsel schadelijke vetzuren (triglyceriden) op uit het bloed, om die vervolgens te verbranden. Dat is gunstig voor hart en bloedvaten.

 

Het moet op een of andere manier mogelijk zijn het gen of eiwit dat dat gen aanmaakt te beïnvloeden zodat we meer bruin vet in ons lichaam hebben dan wit vet. Studies op muizen met o.a. sildenafil zijn lopend. Sildenafil is een fosfodiesterase-5-remmer, een klasse medicijnen die niet alleen gebruikt wordt bij erectiestoornissen (VIAGRA°), maar ook bij sommige types van pulmonaire arteriële hypertensie.

 

Uit studies aan de UCL (Université Catholique de Louvain) op muizen, blijkt dat het enzym NAPE-PLD de aanmaak van bruin vetweefsel in het vetweefsel stimuleert. De transformatie van wit naar bruin vet (browning) is dus een manier om vet te verbranden. Dit ging gepaard met een verandering van het microbioot. Dat suggereert dat er sprake is van een "dialoog" tussen het vetweefsel, de darmen en de darmbacteriën. Het evenwicht binnen het microbioot zou dan de balans tussen wit en bruin vetweefsel bepalen .

 

Bruin vet :             

 

 

Winterslaap is een echte lethargie-toestand met verlaging van de basale temperatuur (bv. egel, vleermuis). De winterslaap is eigenlijk een vorm van hypothyroïdie, een metabolisme  dat extreem traag reageert en enkel tot doel heeft het dier als het ware "slapend" in leven te houden.

 

Thermogenese = mobiliseren van lichaamsvet als brandstof voor verwarming.

 

Bruin vet verhoogt dus het basale energiemetabolisme. Dankzij dit proces kunnen zoogdieren die een winterslaap houden in de herfst dikker worden zonder diabetes te ontwikkelen, en in de winter afvallen terwijl ze toch nauwelijks of niet bewegen.

 

Noot :

 

      • overwinteren : staat fysiologisch dicht bij het vasten : het dier behoudt intacte fysiologische functies : het wordt wakker om te plassen, zelfs om te bevallen... (bv. beer)

      • winterslaap : is een echte lethargie-toestand met verlaging van de basale temperatuur (bv. egel, vleermuis). De winterslaap is eigenlijk een vorm van hypothyroïdie, een metabolisme  dat extreem traag reageert en enkel tot doel heeft het dier als het ware "slapend" in leven te houden.

      • torpor : aanpassingsmechanisme om overlevingskansen te verhogen bij voedselschaarste of bij extreme droogte en hitte. In de torportoestand veranderen een aantal fysiologische processen, wat leidt tot een verminderd metabolisme en, als gevolg daarvan, een daling in lichaamstemperatuur, hartslag en ademhalingsritme.

 

Op medisch vlak bestaat er bij de mens iets wat op "winterslaap"-toestand gelijkt. De onderkoeling van een lichaam na verblijf in koud water bv. laat reanimatie toe, zelfs lang na een hartstilstand.  

 

De hoeveelheid bruin vet is het grootst vlak na de geboorte. Dankzij dit bruine vet kan een baby zijn lichaam op temperatuur houden. Maar ook op volwassen leeftijd resteert een hoeveelheid bruin vetweefsel, vooral rond de grote bloedvaten in het bovenlichaam. De hoeveelheid bruin vet bij volwassenen vermindert tengevolge van het dragen van tegen koude beschermende kleding en door onze verwarmde huizen.

 

Zich gedurende 10 tot 15 minuten blootstellen aan een frisse omgeving, voldoende lang tot je koude rillingen krijgt, verhoogt evengoed je bruin vet als matig sporten. Het optreden van koude rillingen is een natuurlijke reactie om bij te lage omgevingstemperatuur (< 16°C) via spiercontracties een te licht gekleed lichaam op te warmen. Zo train je je lichaam en stimuleer je je weerbaarheid (temperatuurtraining).

 

Je kan ook het bruinvet-metabolisme stimuleren met koude douches of met zwemmen in koud water : tracht de initiële instinctieve verkrampheid te onderdrukken en relaxeer onmiddellijk. Je eigen spieren gaan nu je lichaam opwarmen. Blijf niet te lang in de koude en help je spieren door in de koude te bewegen : push-ups, lopen... Zo vermijd je hypothermie (gevaarlijk!).

 

Zonder uitwendige stimuli zoals koude zal je lichaam dat metabolisch energierijk weefsel niet aanmaken.

 

 

 

Zie ook : "Lipiden ,vetzuren".

 

 

Mensen met neiging tot overgewicht hebben soms slecht functionerend bruin vet :

 

    1. Het schildklierhormoon en noradrenaline (sympathisch zenuwstelsel) activeren het bruin vet, dus de thermogenese.

 

Nochtans, daar

 

      • een geraffineerde voeding de schildklierfunctie vermindert

        • en een hypothyroïdie de effecten van een leverdisfunctie versterken en

          • het cortisolgehalte vermindert, waardoor een hypoglykemie ontstaat, die terug de drang naar eten gaat aanwakkeren.

 

    1. Het hormoon glucagon activeert ook het bruin vet : nochtans wordt het tegengewerkt door de aanwezige insuline, tengevolge van de te grote consumptie van koolhydraten en door de hiermede geassocieerde insulineresistentie.

 

 

De hoeveelheid bruin vet daalt met de leeftijd...alhoewel bruin vet uit wit vet kan aangemaakt worden.

 

    • met de leeftijd zien we een minder actief sympathisch zenuwstelsel en een daling van de gevoeligheid van bruin vet voor sympathische stimulatie .

    • tekorten aan Zn, Mg en vit B6 verhinderen de synthese van bruin vet.

     

    1. Anderzijds zal intermitterend vasten (12 tot 16 uren/24, 1 dag op 3...) :

    2.  

      • zorgen voor een verbetering/stabilisering van het glucose-metabolisme en van de insulinegevoeligheid (minder diabetes)

      • ook de omzetting bevorderen van wit naar bruin vet, het metabolisme en de thermogenese stimuleren. Door het stimuleren van de thermogenese verhoogt het energieverbruik en vermindert de vetopslag (minder obesitas).

        • thermogenese is het gevolg van een expressieverhoging van VEGF (Vascular Endothelial Growth Factor) in het vetweefsel. VEGF speelt een sleutelrol in het bruin worden van wit vet en bevordert de functie van mitochondria in het nieuw gevormd bruin vet.

 

 

Ontregeling van de mitochondria :

 

Een van de redenen waarom overtollig vetweefsel dikwijls met gezondheids­problemen gepaard gaat, is ontregeling van mitochondriën. Vetcellen van obese personen tellen minder mitochondriën en hebben een lagere capaciteit tot verbranding van vetzuren. Ontregeling van mitochondriën kan andere pathologieën verklaren zoals insuline­resistentie en dislipidemie.

 

Praktisch :             

 

Bruin vet geeft minder energie maar meer warmte af (thermoprotectie) en bezit dus een hoger thermogenese-effect. Personen met aanleg voor obesitas hebben soms problemen met de regulatie van bruin vet.  Bij hen stellen we vast dat er minder thermogenese plaats vindt bij blootstelling aan koude, wat kan wijzen op een tekort aan bruin vet.

 

Bruin vetweefsel, dat zich tijdens de embryogenese ontwikkelt uit dezelfde stamcellen als spiercellen, is induceerbaar : vooral blootstelling aan koude vergroot de hoeveelheid bruin vet. Door de ontwikkeling van bruin vetweefsel af te remmen zou ons thermisch confort wel kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van obesitas.  

 

    • de inname van GLA (teunisbloem...) en alfa-liponzuur verhogen de hoeveelheid bruin vet in het organisme.

 

    • glucagon activeert bruin vet : chroom, zink, koper, mangaan, kalium, magnesium zijn belangrijk in de insulinecontrole : voorkom de onderdrukking van glucagon door insuline (treedt op bij te hoge KH consumptie en bij insulineresistentie : insulineresistentie verlaagt de thermogenese).

 

    • noradrenaline activeert ook bruin vet : noradrenaline kan gestimuleerd worden met fenylalanine (ondersteunen van de bijnier).

 

    • het AZ L-tyrosine is een precursor van talrijke neurotransmitters en hormonen en stimuleert het metabolisme, dus ook de thermogenese.

 

Fenylalanine   >   Tyrosine   >   Dopa   >   Dopamine   >  via vit C  >   Noradrenaline   >  Adrenaline

 

 

    • DHEA (ook PPAR en leptine) verhoogt de insulinegevoeligheid van de cellen, en de gevoeligheid van het thyroïdhormoon en aldus de thermogenese en het vetmetabolisme.

 

    • yohimbine HCl : verhoogt de vrijmaking van noradrenaline en dus ook de thermogenese.

 

    • koffie : coffeïne activeert werkelijk de thermogenese, maar verhoogt ook voor enkele uren het niveau van de stresshormonen (en is dus te mijden bij angstige personen en bij slechte slapers).

 

    • groene thee : bevat bestanddelen die behoren tot de polyfenolen, waaronder catechines (vooral het ECGC), dat zoals coffeïne het energieverbruik zou verhogen. Catechines zouden de afbraak remmen van noradrenaline, een neurotransmitter die zorgt voor de activatie van vetcellen en die de vrijstelling van vetten bevordert.

 

    • mosterd en cayennepeper helpen de thermogenese starten (maken efedrine en cafeïne meer effectief; cafeïne opent de perifere capillairen zodat de warmte, gegenereerd door de thermogenese, kan ontsnappen).

 

    • kokosnootolie : is rijk aan middellange keten triglyceriden (MCT). In tegenstelling tot de andere types van verzadigde vetzuren worden MCT niet bij voorkeur gestockeerd maar eerder gebruikt om snel voor energie te zorgen. Een studie berekende dat de dagelijkse consumptie van 5 tot 10 g van deze olie bij de 3 voornaamste maaltijden de thermogenese met 5% verhoogde Dulloo AG, Fathi M, Mensi N, Girardier L. Twenty-four hour energy expenditure and urinary catecholamines of humans consuming low-to-moderate amounts of medium-chain-triglycerides: a dose-response study in a respiratory chamber. Eur J Clin Nutr 1996; 50: 152–158..

 

 

 

    • bruin vet, en dus de thermogenese, wordt geactiveerd door magnesium en kalium.

 

    • ...

 

 

 

 

 

 ZOELHO (c) 2006 - 2023, Paul Van Herzele PharmD        Laatste versie : 08-jan-23                     

DisclaimerDisclaimer

 

De lezer dient steeds in acht te houden dat de beschreven curatieve eigenschappen in geen enkel geval het medisch advies vervangen, welke steeds onmisbaar is bij het stellen van een diagnose en bij bepaling van de ernst van de aandoening. Wel wordt de gebruiker gestimuleerd beslissingen met betrekking tot zijn gezondheid te nemen, op basis van eigen research, steeds in samenspraak met een professionele gezondheidswerker.

 

In alle gevallen valt het gebruik van dit programma enkel onder de controle, het beheer, de risico's en de verantwoordelijkheden van de gebruiker.