Zoëlho, op naar een bewuste levensstijl.

Zuur-base evenwicht

 

Laatste bijwerking : 2023-03-27

 

 

 

De aanwezigheid van zuren in het organisme is normaal, toch tot een zekere hoogte, omdat het voor het goed uitoefenen van zijn functie zuren nodig heeft en zelf produceert. Zuren zijn o.a. nodig voor de energiewinning (bv. citroenzuurcyclus), maar een teveel aan zuren leidt op termijn tot storingen in de stofwisseling.

 

De aanwezigheid van zuren wordt pas pathologisch als een bepaalde grens wordt overschreden :

 

    • door een te grote continue aanvoer van zuren via de voeding of drank, welke uitstijgt boven het verwerkings- of neutralisatievermogen van het organisme,

    • door een chronische deficiëntie aan vitamines en mineralen (cofactoren), waardoor bepaalde chemische omzettingen in het organisme niet langer kunnen doorgaan of worden geremd,

    • vermoeidheid, stress, onvoldoende zuurstofaanvoer in de weefsels bij een zittend leven,

    • door een gebrekkige eliminatie van zuren via de longen (koolzuur), de nieren en de huid (zweet).

 

Een zuur-base evenwicht wordt bereikt indien 80% basische voeding wordt opgenomen en 20% zure voeding. Gaan zuren overheersen, dan wordt in ons organisme het zuur-base evenwicht verstoord, en ontstaat een toestand van chronische acidose. Deze laatste blijft initieel zonder gevolgen (buiten op de urine-pH) zolang dat de nierfunctie haar taak naar behoren vervult.

 

Verstoringen kunnen optreden op 3 niveaus :

 

    • voeding : met veel vlees, vet, eieren, kaas... zal het dieet leiden tot een acidose, bij vegetariërs tot een alkalose.

    • metabolisme : zowel het aeroob (koolzuur) als het anaeroob (melkzuur) metabolisme leiden tot acidose.

    • levensstijl : alcohol, nicotine.

 

Overzicht inhoud :

 

Stockeren van metabole zuren

 

Evenwichtsmechanismen :

 

Neutralisatie en zoutvorming

 

Buffersystemen

 

Andere

 

Onevenwichten :

 

Metabole acidose

 

Metabole alcalose

 

Praktisch

Inhoud :

 

    

 

Stockeren van metabole zuren :

 

 

Via de voeding nemen wij zuren op, stoffen die in het organisme zuren vormen, en basen ; veel bouwstenen (aminozuren, vitaminen, vetzuren, ...) zijn zuren of voorlopers van zuren. Ook het lichaam zelf maakt zuren aan.

 

    • De vrije zuren worden onmiddellijk geneutraliseerd in de darm door de pancreassappen (de darm is steeds basisch) of als zuren uitgescheiden via de urine. Het hoogtepunt van de basetoevoer valt samen met het hoogtepunt van de ophoping van zoutzuur in de maag.

 

    • De niet-metalen in de voeding zijn opgesloten in organische structuren (vooral in aminozuren (AZ) van eiwitten) en worden tijdens de stofwisseling, dus na opname in de darm, omgezet tot metabole zuren. Tijdens de stofwisseling worden er meer metabole zuren gevormd dan basen. Overtollige metabole zuren worden via de nieren uit gescheiden (bv. urinezuur uit purines) (zure urine) of via de longen (koolzuur, uit de energieproductie via de citroenzuurcyclus).

 

 

Bij overmatige toevoer of onvoldoende afvoer van metabole zuren zijn er 2 noodsystemen :

 

    1. opstapeling in het bindweefsel van metabole zuren, wat kan leiden tot reumatische klachten (bv. afzetting urinezuurkristallen in gewrichten) ; reuma is dus geen ziekte maar een symptoom (Prof. J. Dequeker, KUL).

 

    1. aanvoer van extra "basisch" materiaal vanuit het skelet (een reservoir van metalen zoals calcium en magnesium) om de overmaat zuren te neutraliseren; dit kan leiden tot osteoporose en tandcariës.

 

Het bindweefsel werkt als een soort spons/reservoir en kan relatief grote hoeveelheden zuur opvangen, maar dit mag slechts een tijdelijk karakter hebben :

 

      • 's nachts (met een piek tussen 16 - 22u) worden de opgestapelde zuren in de bloedbaan gebracht en door de nieren (als zouten) en de longen (koolzuur) geëlimineerd en afgevoerd; het bindweefsel loopt normaal tegen 's morgens leeg.

 

---> dus 's nachts : anabolisme (creatie, groei, herstel), bloed pH ---> zuur, weefsel pH ---> alkalisch.

 

---> voorwaarden : voldoende en regelmatige slaap, voldoende aanvoer van O2  (overdag de kamer voldoende laten verluchten), voldoende vochtigheidsgraad en vochtinname voor verdunnen van de beladen urine.

 

 

      • overdag (met piek tussen 04 - 10u) kan het bindweefsel zich terug vullen met overtollige zuren.

 

(daarom noemt men het bindweefsel soms ook wel de "voornier").

 

---> dus overdag : katabolisme (oude cellen, ontgifting, vreemde stoffen), bloed pH ---> alkalisch, weefsel pH ---> zuur.

 

Dit is de normale gang zolang het bindweefsel niet oververzadigd geraakt : de ontzurende capaciteit van het bindweefsel is immers beperkt. Wordt het bindweefsel niet ontslakt tussen twee maaltijden (door de aanwezige basen in hetzelfde voedingsmiddel/maaltijd of gedurende de nacht) dan vindt er een geleidelijke verrijking met zuren plaats. Er ontstaat een "latente acidose" (sluipende verzuring) met eerst accumulatie en verder afzetting van zuren, vooral urinezuurkristallen, omdat urinezuur moeilijk oplosbaar is. Op termijn kan dit leiden tot jicht en reuma.

 

Deze chronische metabole acidose-toestand ligt ook aan de basis van de progressieve ontwikkeling van een chronische systemische lage graads inflammatietoestand, waaruit o.a. obesitas en type 2-diabetes kunnen ontstaan. 

 

Een chronische acidose-toestand kan ook een verlies aan spiermassa veroorzaken, wat kan wegen op de levenskwaliteit en op het valrisico. 

 

Spieren vertegenwoordigen ongeveer 45% van het lichaamsgewicht als je 30 bent, doch maar 27% op je 70ste. Dit verlies aan spiermassa wordt versnelt door een chronische acidose-toestand. Om de verzuring tegen te gaan, put het organisme niet alleen calcium uit het bot, maar doet ook beroep op glutamine, een van de 20 aminozuren waaruit eiwitten zijn opgebouwd. Glutamine treedt hier op als "buffer" tegen de verzuring door zich te binden aan waterstofionen waarna verder ammoniumionen ontstaan die via de urine kunnen verwijderd worden. Glutamine wordt gehaald uit het spierweefsel, onze voornaamste aminozurenbron, met een degradatie van de spiereiwitten als gevolg.

 

De verzuring van het organisme beïnvloedt tenslotte de werking van de nieren, want die moeten meer zuur elimineren. Een verzurend dieet remt aldus de uitscheiding van citraten en verhoogt de urinaire calciumconcentratie, met een verhoogd risico op de vorming van nierstenen. Op lange termijn, over tientallen jaren, kan dat leiden tot degeneratie van spieren en beenderen, en tot nierfunctieverlies... naar mate dat de titratiesystemen verstoord geraken, wat zich op een natuurlijke wijze voordoet bij het verouderen. Zo'n situatie leidt op termijn tot chronisch nierfalen en beïnvloedt haar evolutie negatief. Het verlies aan spiermassa, het optreden van osteoporose en nierfunctieverlies kan zo verklaard worden.

 

 

    

Evenwichtsmechanismen

 

Metabole zuren uit de voeding (AZ, VZ...) of zuren aangemaakt door het organisme : alle cellen baden in een steeds zuurder wordend milieu,  en worden stilaan zelf zuur.

 

Sterke intermediaire zuren (eiwitafbraak bv.) moeten door de nieren worden uitgescheiden, omdat ze zwavel, fosfor en stikstof bevatten die niet zoals de zwakke zuren kunnen worden afgebroken in water en koolstofdioxide.

 

Het lichaam beschikt natuurlijk over een bepaalde mechanismen die het toelaten de verstoring van het zuur/base evenwicht tot op een zekere hoogte te compenseren.

 

    • neutralisatie en zoutvorming (vrije zuren in de darm)

    • buffersystemen (metabole zuren in het bloed en in de weefsels)

    • andere (vluchtige en opgeloste zuren)

 

Zoals elk evenwicht in ons lichaam, is ook het evenwicht tussen zuren en basen niet stabiel.

 

---> Het zuur-base evenwicht moet steeds worden hersteld.

 

Vraag is of de zuurbelasting ontstaan door de ingestie van eiwitten, vetzuren... de voordelen ervan gedeeltelijk of geheel teniet kan doen. Het neutraliseren van de zuurbelasting zou een gezond beenderstel ten goede komen.

 

Bij personen met een normale nierfunctie die een westers dieet volgen (zuurbelastig < 1mmol/kg), volstaan de bestaande buffer- en titratiesystemen om de zuurbelasting te neutraliseren met weinig of geen botverlies als gevolg. Maar met diëten gekenmerkt door een grotere zuurbelasting (> 1 mmol/kg), en bij oudere personnen met een verminderde nierfunctie, met minder spier- en botmassa stellen verzurende diëten een probleem, en kan een basenrijke therapie nuttig zijn.

 

 

Neutralisatie en zoutvorming : eerste (simpel) mechanisme :

 

 

1. Starten met : neutralisatie van vrije zuren

 

Bij te veel zuren heeft men basen nodig (of omgekeerd) : het H+ ion (proton) van een sterk zuur kan geneutraliseerd worden door een OH- ion (hydroxide) van een sterke base met vorming van water (H2O). Het zure effect van voedingsstoffen kan alzo gecompenseerd worden door de aanwezigheid van alkalische voedingsstoffen zonder dat organische reserves dienen worden aangesproken.

 

Zo wordt de pH van de maag (1.5) geneutraliseerd tot de pH van de darm (8.0) door enzymen in de pancreassappen die bicarbonaat ionen (HCO3-) aanvoeren.

 

Bicarbonaat wordt zowel in de maagwand als in de darmwand afgescheiden om deze te beschermen tegen het sterke zuur. Bicarbonaat is zo sterk dat de pH van de maag nabij het epitheel 7 is. De slokdarm heeft die bescherming niet en wordt enkel beschermd tegen zure maaginhoud door het afsluiten van de slokdarmsluitspier (LES - Lower Esophaheal Sphincter) samen met speeksel dat ook licht basisch is.

 

Loopt de neutralisatie mank dan wordt de darm te zuur :

 

        • inadequaat verteringsproces : de onverteerde voedingsmiddelen gaan gisten (KH) en rotten (EW) in de darm : aanmaak van gistingszuren en endotoxinen (giftige stof afkomstig van levend micro-organisme die zich pas in het organisme verspreid bij haar destructie).

 

        • grotere absorptie van zuren door de darmmucosa : hierdoor gaat het bloed verzuren (acidose) en de weefsels alkaliseren (weefselalcalose) door zoutvorming.

 

 

2. Indien het eerste niet voldoet : zoutvorming van vrije zuren

 

Bij onvoldoende neutralisatiecapaciteit dienen basische mineralen uit de weefsels gehaald voor het vormen van neutrale zouten.

 

Eenvoudig vb. : het Cl- -ion is een heel agressief zuur mineraal. Bind je het met Na+ , dan krijg je het neutrale keukenzout (NaCl).

 

 

 

Je lichaam gebruikt zijn basische mineraalreserves, vooral calcium, magnesium en kalium, die nodig zijn voor je botten, tanden en voor een aantal zenuw-, spijsverterings- en cardiovasculaire functies.

 

 

Loopt de neutralisatie en de zoutvorming mank dan wordt de darm te zuur :

 

      • de onverteerde voedingsmiddelen gaan gisten (suikers) en rotten (eiwitten) in de darm,

        • de gevormde endotoxines maken de darmwand meer doorlaadbaar en geraken in het bloed,

          • bloedacidose.

 

    

 

Buffersystemen : tweede mechanisme (belangrijk)

 

 

De buffercapaciteit van het bloed van niet vluchtige zuren treedt in werking na falen van het eerste mechanisme of voor de neutralisatie van de zuren welke gevormd worden gedurende de metabolisatie (metabole zuren) van bv. koolhydraten (suiker, ...), proteïnen (vlees, ...). Deze voedingsstoffen bevatten dus niet noodzakelijk vrije zuren maar geven wel aanleiding tot de natuurlijke vorming van zuren gedurende de diverse verteringsprocessen (vb. vlees ---> urinezuur, glucose stelt bij de energievorming zuren vrij (zie Krebs-cyclus)). Het zijn verzurende voedingsstoffen.

 

 

      1. Carbonaatbuffer : koolstof regelt de pH van het bloed, welke essentieel is om te overleven. Het buffersysteem waarin CO2 (celademhaling) een rol speelt wordt de carbonaatbuffer genoemd.

 

Het bestaat uit bicarbonaat ionen (HCO3-)   en opgelost koolstofdioxide (CO2) en carbonzuur (H2CO3).

- Carbonzuur kan hydroxide-ionen (OH-) neutraliseren, die de pH van het bloed doen toenemen.

- Het bicarbonaation kan waterstofionen (H+) neutraliseren, die juist een afname van de pH veroorzaken, wanneer ze aan het bloed toegediend worden. Zowel een afnemende als een oplopende pH is levensbedreigend.

 

Het bicarbonaat HCO3- in bloedplasma en in rode bloedcellen is de belangrijkste buffer :

HCO3-   +   H+   <---   --->    (licht zure) H2CO3   ---> CO2 (uitademen)  +   H2O

 

 Bij toevoegen van H+ verschuift de reactie naar rechts   --->

 Bij afvoeren van H+ verschuift de reactie naar links   <---

 

 

      • Toevoegen van H+ door : S - bevattende aminozuren, fosfaten (H3PO4), melkzuur, ketonzuren (diabetes...), NH4Cl (additief), salicylaten, alcohol, ernstige diarree, ...

 

     +   H+  ---> vermindert de concentratie HCO3-  --->   de zuren worden niet meer gebufferd   --->  daalt de pH :  

---> bloedacidose : lichaamsregulatie door hyperventilatie en zure urine.

 

--->  uitstoot van CO2 en van waterdamp (longen).

--->  eliminatie van H+ (en van NH3) onder vorm van NH4+  (nieren/urine).

 

 

      • Afvoeren van H+ door : bicarbonaat (HCO3-), natriumlactaat (additief), groenten, fruit (bij macrobioten en vegetariërs), braken, zweten, koorts, (ook sauna), ... (bij overzuring van het organisme gaat men abnormaal transpireren).

 

     -   H+  ---> verhoogt de concentratie HCO3-  --->   de basen worden niet meer gebufferd   --->  stijgt de pH :    

--->   bloedalcalose. : lichaamsregulatie door hypoventilatie en alkalische urine

 

  

      1. Andere buffersystemen in het bloed : hemoglobine in de rode bloedcellen, albumine in bloedplasma, fosfaten in bloedplasma en in de cellen.

   

    

 

Andere :  

 

 

Tenslotte kunnen in het organisme

 

      • vluchtige zuren worden omgezet naar H2CO3 en verder in CO2 en H2O.

(plantaardige proteïnen, citroenzuur, oxaalzuur, pyrodruivenzuur, acetoazijnzuur, bèta-OH boterzuur, ...)

 

H2O + CO2 ↔ (koolzuuranhydrase, Zn) ↔ H2CO3 ↔ HCO3- + H+ (oppervak van de rode bloedcellen)

 

Het CO2 wordt geëlimineerd via de longen (sneller mechanisme) door :

 

        • hyperventilatie : waardoor de druk PCO2 daalt (of  [H2CO3 ] daalt), die door tussenkomst van de HCO3- buffer H+ ionen gaat binden waardoor de pH terug stijgt : dieper en frequenter ademen.

 

---> ademhalingsalcalose (A1).

 

Noot :

          • een natuurlijke hyperventilatie gebeurd door voldoende onderhouden bewegen (oxidatie van de talrijke metabole zuren met vervolgens een stijging van de pH als gevolg). Een overwegend zittend en stressvol leven draagt dus bij tot de verzuring van de weefsels. Bewegen helpt dus bij de ontzuring van het organisme.

          • hyperventilatie kan ook optreden

            • in intense stress- of angstsituaties, spreken, blaasinstrument, ...

            • als compensatiemechanisme bij metabole of renale acidose (zie verder).

 

 

        • hypoventilatie : waardoor de druk PCO2 stijgt (of  [H2CO3 ] stijgt), die door tussenkomst van de HCO3- buffer het CO2 laat accumuleren waardoor de pH daalt : minder diepe of frequente ademhaling.

 

---> ademhalingsacidose (B1).

 

Noot :

          • een hypoventilatie kan ook optreden

            • bij obstructie van de luchtwegen, neuromusculaire aandoeningen, zware koorts, emfyseem, narcose, CO2 intoxicatie, andere : duiken, blaasinstrument, ...

            • als compensatiemechanisme bij metabole of renale alcalose (zie verder)

 

 

      • oplosbare zuren

(dierlijke proteïnen, aminozuren (als urinezuur), S-aminozuren en nucleïnezuren (als zwavelzuur), fosfolipiden, fosfoproteïnen als albumine en caseïne) (als fosforzuur),

 

worden uitscheiden via zure of basische urine (trager mechanisme) :

 

        • zure urine (verhoogde uitscheiding van H+) waardoor pH in bloedplasma stijgt.

 

        • alkalische urine (verhoogde excretie HCO3- ) waardoor pH in bloedplasma daalt.

 

---> vegetarisch eten en voldoende slaap helpen bij het beperken van de oplosbare zouten!

      

Onevenwichten :

 

Metabole acidose :  (B2)

 

HCO3- deficiëntie door :

 

      • zwavel bevattende AZ (methionine, cysteïne) : oxidatie produceert H+ en SO4 2-  ionen en vormt H2SO4 (zwavelzuur).

 

      • fosfaatesters : via Hydrolyse vorming van H3PO4 (fosforzuur).

 

      • melkzuur, ketonzuren, ... : komen normaal voor in het organisme; doch bij bepaalde fysiologische (excessieve spierarbeid, anaeroob) of pathologische (diabetes, ...) toestanden worden deze metabolieten in overmaat geproduceerd en hun accumulatie veroorzaakt vervolgens een acidose.

 

      • ammoniumchloride (zwak zuur), arginine HCl en lysine HCl in de voeding : worden in het organisme omgezet in ureum en HCl (zoutzuur).

 

      • salicylaten, methanol, ethanol : produceren sterke organische zuren.

 

      • abnormaal verlies van basen door excretie in de urine of door ernstige diarree (ook door laxativa) : acidose stijgt.

 

Dus daling in het plasma van de concentratie van HCO3- met uitlokken van (beperkte) compensatie-mechanismen :

          • hyperventilatie en verhoogde renale excretie van H+ :

 

--->  zure urine

 

--->  pH stijging in het bloed

 

Noot :

Renale acidose (B3) kan worden veroorzaakt door chronische nierinsufficiëntie, tubulaire acidose, hyperkaliëmie, of door het gebruik van diuretica, ...

      

Metabole alcalose :  (A2)

 

 

HCO3- overschot door :

 

      • inname van K-bicarbonaat, K-citraat of Ca-citraat (citraat is de voorloper van bicarbonaat), Na-lactaat, Na-ascorbaat : na oxidatie   ---> verhoogde concentratie van HCO3-  .

 

      • fruit en bepaalde groenten : bevatten veel organische zuren : bij overmatige verbruik gedurende een lange periode (zoals bij vegetariërs en macrobioten) kan een metabole alcalose optreden.

 

      • abnormaal verlies van zuren (braken, maagspoeling, diarree, chronisch gebruik van laxativa...).

 

      • snel verlies van vocht (zweten, koorts, herhaalde sauna, misbruik diuretica...) : doet de concentratie van HCO3- tijdelijk stijgen in het "terrein".

 

Dus stijging in het plasma van de concentratie van HCO3- met uitlokken van (beperkte) compensatie-mechanismen :

 

          • hypoventilatie en verhoogde renale excretie van HCO3- :

 

--->  basische urine

 

--->  pH daling in het bloed

 

Noot :

        • renale alcalose (A3) is zeldzaam : door hypokaliëmie...

 

 

Zie ook : "Zuur-base eigenschappen van AZ".

 

Zie ook : "Zuur-base regeling in de darm".

    

Praktisch :

Bron : "L'équilibre acido-basique" de Christopher Vasey.

 

* Verzurende en zuurproducerende voedingsmiddelen :

 

De meeste "zuurproducerende" voedingsmiddelen zijn basisvoedingsmiddelen uit ons voedingspatroon. Het is dus niet mogelijk hen uit onze voeding te weren, omdat zij bijdragen tot de verzuring van het terrein (inwendig milieu). Kwantitatief kunnen we wel optreden. Alhoewel een kleine aanvoer van zuren niet te vermijden en natuurlijk is. Het verzurend effect zal echter pas schadelijk zijn wanneer deze voedingsmiddelen overmatig deel uit maken van onze voeding. Het begrip "overmaat" dient echter individueel ingeschat, aangezien deze afhangt van de eigen metabole capaciteiten.

 

Lijst met verzurende voedingsmiddelen :

 

      • vlees, gevogelte, charcuterie, vleesextracten, vis
      • kaas (sterke kazen zijn zuurder dan zachte)
      • dierlijk vet
      • plantaardige oliën, vooral arachide-olie en verharde of geraffineerde oliën
      • granen, volkoren of niet, haver ... vooral gierst
      • brood, pasta, vlokken en voedingsmiddelen op basis van granen
      • zetmeelhoudende groenten : aardnoten (arachide), soja, witte bonen, bonen...
      • geraffineerd en witte suiker
      • suikergoed : siroop, taartjes, chocolade, bonbons, confiture, gekonfijt fruit...
      • oliehoudende vruchten : noten, hazelnoten... (met uitzondering van amandelen)
      • koffie, thee, cacao, wijn
      • ...

   

* Zure voedingsmiddelen :

 

Zure voedingsmiddelen bevatten veel zure stoffen, die hen doen zuur smaken. Bv. citroen, rabarber, azijn...

 

Zure voedingsmiddelen hebben een verzurende of basenvormende werking, afhankelijk van de persoon die hen verorbert. Zuur gevoelige personen moeten opletten met de consumptie van de voedingsmiddelen uit deze lijst, want bij hen werken zij zuurvormend. Met uitgezondering van fruit zijn zij niet echt onmisbaar. Het mijden of vermijden van hun consumptie is gemakkelijk doenbaar, indien dit nodig mocht blijken.

 

Lijst met zure voedingsmiddelen :

 

      • melkwei (na enkele uren, waaronder yoghurt, gestremde melk, kefir, weinig uitgelekte witte kaas...)

      • onrijp fruit (hoe onrijper, hoe zuurder)

      • zure vruchten : kleine vruchten zoals rode bessen, zwarte aalbessen, frambozen...

      • citrusvruchten : citroen, pompelmoes, sinaasappel, ...

      • bepaalde soorten appelen, kersen (griotte), pruimen, abrikozen,...

      • teveel gesuikerd fruit

      • zure groenten : tomaten, rabarber, zuring, waterkers

      • zuurkool

      • fruitsap, citroensap (in sladressing)

      • gesuikerde industrieel bereide dranken : limonades en dranken op basis van cola ...

      • honing

      • azijn

      • ...

 

Al deze voedingsmiddelen bevatten veel zuren, en smaken hierdoor zuur/heel zuur, afhankelijk van de zuurgraad. Industrieel bereide dranken zijn erg zuur, alleen maskeert het toegevoegde suiker (tot 50g per liter) sterk de zure smaak.

 

Voor een type fruit verschilt de hoeveelheid zuren volgens de variëteit : sommige appelsoorten zijn altijd zuurder dan andere.

 

Het rijpingsstadium van fruit speelt ook een rol. Hoe onrijper, hoe zuurder. Tijdens het rijpen daalt de hoeveelheid zuren en stijgt de concentratie aan suikers. Zo is een rijpe abrikoos zeer gesuikerd en bevat nog weinig zuren. Onrijp geplukt fruit dat rijpt in opslagplaatsen zal steeds zuurder zijn dan fruit dat op een natuurlijke wijze kan rijpen aan de takken van de bomen.

 

Fruitsap is steeds zuurder dan de vruchten zelf. Enerzijds omdat fruitsap meer geconcentreerd is (we drinken gemakkelijk het sap van 3 sinaasappelen, doch 3 sinaasappelen na elkaar eten is minder gemakkelijk) en anderzijds omdat een deel van de minerale basen achterblijft in de pulp die na het persen wordt verwijderd. Suiker dat achteraf wordt toegevoegd, verzacht misschien wat de zure smaak, maar verhoogt haar verzurend effect.

 

 

* Basenvormende voedingsmiddelen :

 

Deze voedingsmiddelen zijn rijk aan basen en bevatten weinig of geen zuren. Tijdens hun metabolisme worden geen zuren aangemaakt, zodat zij basenvormend inwerken op het terrein, ongeacht de opgenomen hoeveelheid. Hun effect is bij iedereen gelijk, en hangt niet af van de metabole capaciteit van de persoon. Het zijn de beste voedingsmiddelen voor verzuurde terreinen. Bij voorkeur samen met verzurende voedingsmiddelen (want die zijn ook nodig), maar in meer beperkte mate volgens de omzettingscapaciteit van het organisme voor zuren.

 

Lijst van basenvormende voedingsmiddelen :

 

      • aardappelen

      • groene groenten, rauw of bereid : sla, veldsla, prinsessenbonen, kolen,...

      • gekleurde groenten : wortelen, beetwortel... (uitgezonderd tomaten)

      • melk, melk in poeder, room (alhoewel het aanwezige melkzuur (lactose) verzurend kan inwerken)

      • banaan

      • amandelen, paranoten

      • kastanjes

      • gedroogde vruchten (uitgezonderd : abrikozen)

      • alkalisch mineraalwater

      • dranken op basis van amandelpuree

      • ...

 

Alhoewel het weldoende effect van aardappelen tegen maagzuur (gastritis, ulcera) reeds goed bekend is, is haar actiegebied veel breder : haar basenvormend effect werkt in op gans het organisme. Daarnaast kunnen aardappelen, door hun rijkdom aan zetmeel, heel gemakkelijk (verzurende!) granen vervangen. Aardappelen zijn dus een ideaal voedingsmiddel voor mensen die lijden aan teveel maagzuur.

 

Groene of gekleurde groenten zijn voedingsmiddelen die het rijkst zijn aan mineralen (en aan antioxidanten). Buiten tomaten zijn ze allemaal sterk basisch. Een voldoende inname, zelfs 2 x per dag, van deze groenten, rauw of bereid, is een van de beste manieren om verzuring van het terrein tegen te gaan.

 

Amandelen vormen een uitzondering bij de oliehoudende vruchten. Alleen amandelen zijn echt basenvormend terwijl alle andere eerder verzurend inwerken (dat geldt vooral voor noten). Amandelen worden ook als puree gebruikt.

 

Gedroogde vruchten zoals rozijnen en pruimen, zijn eerder basenvormend. Andere zoals abrikozen, appelen, perziken... zijn meestal zuur, ook omdat zij gedroogd worden voor hun volledige rijping. Alle met zwavel gedroogde vruchten, werken meer verzurend in, door het zuurkarakter van zwavel.

 

Bij de verse vruchten zijn bananen de enige echte basenvormende, ongeacht de hoeveelheid die men eet. Idem voor meloenen en peren, maar in mindere mate.

 

Kastanjes hebben ook een basenvormend effect. Zoals aardappelen zijn ze rijk aan zetmeel, en kunnen hierdoor ook aardappelen vervangen (bv. rode kool met kastanjes) of in nagerechten gebruikt worden (opgelet voor de aanwezige suikers).

 

 

* Ziekten veroorzaakt door een verzuring van het terrein (metabole acidose van het milieu) :

 

Een accumulatie van zuren in de spieren veroorzaakt moeheid. Fysische belasting, stress, te weinig rust en slaap verhogen de hoeveelheid zuren in de weefsels.

 

De onderstaande lijst somt de meest voorkomende storingen op die het gevolg kunnen zijn van een verzuring van het terrein. Zij treden op door inhibitie van de enzymactiviteit tengevolge van de verzuring, door het verlies van mineralen thv de weefsels en door organische letsels veroorzaakt door de te zure omgeving.

 

      • chronisch tekort aan energie

      • gemakkelijk moe en kouwelijk

      • moeilijk recupereren

      • depressieve aanleg

      • gevoelig en ontstoken tandvlees

      • tanden die gevoelig zijn voor koude, warmte en zuren

      • cariës en tandbroosheid

      • matte haren, haarverlies

      • branderig gevoel aan anus en urinewegen

      • droge, gebrasten huid en droog eczeem

      • gemakkelijke breekbare, splitsende nagels, met lijnen en vlekken

      • spierkrampen en spasmen

      • spierafbraak

      • gewrichtsproblemen

      • jicht

      • verhoogde pijngevoeligheid

      • gevoeliger voor infecties

      • ...

 

 

Hoe het zuur-base evenwicht herstellen op het niveau van :

 

Aanvoer :

      • de consumptie van zure of verzurende voedingsmiddelen verminderen

      • de consumptie van rauwe voedingsmiddelen verhogen

      • de consumptie van basische voedingsmiddelen verhogen

      • eventueel mineraalsupplementen

        • zeker geen NaHCO3 (natriumbicarbonaat) : een natriumbelasting in het organisme is dikwijls juist de oorzaak van verzuring in de cel (intracellulair) en in het bloed.

        • KHCO3 met Kalium als alkalisch metaal gaat juist verzuring tegen.

 

Zie ook : "Verzurende en basenvormende voedingsmiddelen".

 

Metabolisatiecapaciteit :

      • correct ademen (aanvoer zuurstof)

      • voldoende bewegen (aanvoer zuurstof)

      • de levenskwaliteit verbeteren (stress, zorgen, emoties, overwerk, slaaptekort, vermoeidheid veroorzaken een overdreven opslaan van zure afvalstoffen...) (zie : "Zuur-base profiel")

 

Eliminatiecapaciteit :

      • voldoende bewegen, correct ademen : versterken de eliminatie via de huid, de nieren en de longen

      • zweten : versterkt de eliminatiecapaciteit van de huid en de nieren (sauna, hammam)

      • (koorts is een middel om overtollige zuren te oxideren en te neutraliseren)

      • blootstelling aan de zon(licht) helpt ontzuren : lentezon doet ons opknappen na een sombere winter

 

Voordelen van correctie van metabole acidose met KHCO3 :

      • minder verlies van spiermassa

      • minder aanmaak van het inflammatoire arachidonzuur (AA) : verbetering van omega3/omega6 balans met verschuiving naar een anti-inflammatoir patroon.

 

  

 

 

 

 ZOELHO (c) 2006 - 2024, Paul Van Herzele PharmD        Laatste versie : 23-feb-24                     

DisclaimerDisclaimer

 

De lezer dient steeds in acht te houden dat de beschreven curatieve eigenschappen in geen enkel geval het medisch advies vervangen, welke steeds onmisbaar is bij het stellen van een diagnose en bij bepaling van de ernst van de aandoening. Wel wordt de gebruiker gestimuleerd beslissingen met betrekking tot zijn gezondheid te nemen, op basis van eigen research, steeds in samenspraak met een professionele gezondheidswerker.

 

In alle gevallen valt het gebruik van dit programma enkel onder de controle, het beheer, de risico's en de verantwoordelijkheden van de gebruiker.