Zoëlho, op naar een bewuste levensstijl.

Allergie-reactie

 

          Laatste bijwerking : 2021.11.19

 

 

Allergie wordt gekenmerkt door een meestal onmiddellijke min of meer ernstige immuunreactie (IgE) tegen een allergeen. Een allergiereactie is ernstiger dan een intolerantiereactie, wegens het onmiddellijke en systematische karakter, ongeacht de hoeveelheid of het belang van de ingenomen vreemde stof. In de meeste gevallen wordt de allergiereactie veroorzaakt door eiwitten (caseïne in melk bv.). Maar op termijn berokkent een intolerantiereactie meer schade dan een allergie.

 

Als een specifiek antigeen (een proteïne) het organisme binnendringt, zal er door B lymfocyten, via lymfokines (zie "cytokines"), een antistof "IgE" (antilichaam) geproduceerd worden om dat bepaalde, en alleen dat antigeen te vernietigen. Als een ander soort antigeen binnendringt, zal hetzelfde proces beginnen, waarbij een antilichaam specifiek voor dat antigeen zal geproduceerd worden. En zo steeds verder, telkens opnieuw.

 

Het is belangrijk het essentiële verschil te vatten tussen gevoeligheid en allergie :

 

    • gevoelig zijn aan een allergeen wil zeggen dat het organisme het herkend als potentieel schadelijk maar, zolang er geen duidelijke klinische tekenen bij optreden, is de patiënt niet allergisch aan het allergeen. Bij elk nieuw contact met een bekend antigeen, is de immuunrespons sterker en kan er, op een gegeven moment, onmiddellijk een reactie optreden : het principe van de emmer die uiteindelijk overloopt. Meestal zijn diverse organen aangetast (voedselaversie, voedselintolerantie...). Het betreft dus een duidelijk tekortschieten van de afweer.

 

Vb. : lactose-intolerantie, chemische intolerantie (tartrazine), enzymtekorten, biogene aminen, histaminevrijstellers...

 

    • naast dit normaal efficiënt reageren op de schadelijke chronisch binnendringende agentia kan het immuunsysteem op een abnormale inefficiënte wijze reageren door een excessieve of afwijkende afweerreactie op te bouwen versus relatief onschadelijke agentia uit de omgeving (allergenen uit voeding, chemie, lucht...). Dit kan soms gevaarlijk worden. Dit noemen we een "type I allergie-reactie" op een antigeen of beter "allergeen". Meestal is maar één orgaan aangetast : longen (astma, allergische alveolitis...), neus (allergische rhinitis, hooikoorts...), ogen (allergische conjunctivitis, hooikoorts...), de huid (contacteczeem, atopisch eczeem, angio-oedeem, foto-allergie...), maagdarmkanaal (voedingsallergie), gans het organisme (anafylactische shock)... De vorming van IgE en de histamine-vrijmaking door degranulatie van de mestcellen vormen de basis van type I (of anafylactische) reactie, die 87% van alle voedingsallergieën vormt. Het betreft dus een duidelijke overdreven afweer.

 

Vb. : koemelkallergie, hooikoorts, astma...

 

Bij allergische reacties komen farmacologisch actieve producten vrij (mediatoren zoals histamine, serotonine, leukotriënen, bradykinine, prostaglandines...) die verantwoordelijk zijn voor de symptomen en de klachten. Bij allergie is er meestal sprake van reversibele weefselbeschadiging. Meestal is bij allergie ook het aantal eosinofielen (een type witte bloedcellen) in het bloed duidelijk verhoogd. Eosinofielen zijn mediatoren en maken die stoffen (leukotriënen, cytokines, cytoplasma granulen) aan die een rol spelen bij de afweer tegen lichaamsvreemde stoffen.

 

 

Overzicht inhoud :

 

Oorsprong

 

Allergische reactie

 

Oorzaken en preventie

 

Behandelingen

 

Praktisch

Inhoud :

         

Oorsprong :

 

In het immuunsysteem produceren B-lymfocyten antilichamen of immunoglobulinen en de T-helper lymfocyten stimuleren hen hierbij (zie "Immuunrespons").

 

Er zijn echter 2 profielen lymfocyten van de T-helper klasse : Th1 (met productie van de cytokines IL-2, IFN, β-TNF en IL-17) en Th2 (met productie van de cytokines IL-4, IL-5, IL-10 en IL-13).

 

    • Th1 cytokines stimuleren de immuniteit thv de cellen, de vertraagde hypergevoeligheid, de activering van monocyten die de activatie van pro-inflammatoire cytokines zoals IL-1 en TNF bevorderen ; dit Th1 profiel is dit van de immunitaire afstotingsverschijnselen (in de ruime zin).

 

    • Th2 cytokines stimuleren de hormonale immuniteit, de aanmaak van antilichamen (IL-4 en IL-13 voor het IgE, IL-10 voor het IgG), activeren de eosinofielen en remmen de productie van pro-inflammatoire cytokines met de hulp van de cytokines IL-4, IL-13 en IL-10. Deze maken deel uit van de cytokines tegen tolerantie. Het is met dit profiel dat we worden geboren.

 

Wanneer Th1 de B-lymfocyten stimuleert, worden "normale" antilichamen als IgA, IgD, IgG en IgM aangemaakt. Na stimulatie door Th2 wordt IgE aangemaakt.

 

Bij de geboorte hebben we wat IgG, het enige immunoglobuline dat de placenta passeert, en verder overwegend Th2-cellen, doordat de pasgeborene nog niet met bacteriën en virussen in contact is geweest. Na de geboorte worden we bestookt met allerhande indringers waartegen antilichamen worden aangemaakt. Bij dit proces worden de Th2 vervangen door Th1. Na verloop van tijd verdwijnt het IgE nagenoeg volledig.

 

Zo zou het moeten zijn! Maar kinderen die dit proces niet doormaken zullen allergisch worden. Een kind dat opgroeit in een te propere omgeving en te ver van de natuur zal zijn immuunsysteem onvoldoende stimuleren. Th2 worden dan niet vervangen door Th1!

 

Th2-cellen bevorderen dus de productie van eiwitten betrokken bij allergische reacties vooraleer zich te keren tegen infecties.... Om die ommekeer waar te maken moet het organisme van het kind tijdens de eerste levensmaanden uitgenodigd worden actief te reageren tegen bacteriën en virussen. Maar, tengevolge van een steriele voeding, een té hygiënische omgeving... treedt geen stimulatie meer op van Th1 en kan het Th2-systeem blijven zorgen voor IgE productie. Hierbij worden verkeerde reacties uitgelokt waarbij specifiek tegen een indringer wordt gereageerd. Allergie kan een tijdelijk fenomeen zijn, waarschijnlijk doordat de Th1/Th2 balans uiteindelijk toch in evenwicht geraakt tengevolge van een voldoende sterke doch vertraagde immuunstimulatie gedurende het opgroeien.

 

Zie ook "Immunostrategie, antigeenrespons".

 

Noot :

Het afweersysteem van niet allergische individuen schakelt vooral immunoglobulinen in van het type G of IgG. Er is alleen sprake van allergie wanneer het immuunsysteem op hol slaat bij een contact met een allergeen en veel IgE antilichamen produceert. Grootste verschil daarbij is dat IgE specifiek gericht is tegen een bepaalde stof en IgG niet. Bovendien is IgE vaak gericht tegen op zich onschadelijke stoffen zoals pollen en mijten.

 

Opgelet :

 

    • Bij pseudo-allergieën (80 à 90% van de gevallen) is er meestal geen sprake van reacties van het immuunsysteem, maar is er sprake van overgevoeligheid of intolerantie  tengevolge van de onmogelijkheid een lichaamsvreemde stof af te breken (bv. door een enzymtekort)  of door bedekte aanvoer van mediatoren die bij allergie tussen komen,  bv. met middelen rijk aan histamine zoals gegiste voedingswaren (kaas, droge worst, wijn, zuurkool...) of met middelen die histamine vrijstellen (alcohol, druiven, ananas, papaja, kiwi, hazelnoten, noten...). En dit zonder de overmatige aanmaak van IgE.

 

Het gaat hier dus over de onmogelijkheid van het immuunsysteem de vreemde stof af te breken. Pseudo-allergische reacties zijn veel en steeds meer voorkomende intolerantie-reacties vergeleken met echte allergische reacties die eerder zelden voorkomen.

 

    • Men wordt niet met allergie geboren, bij een gedeelte van de allergische patiënten (10 à 20%) kan wel een genetische aanleg voor allergieën aanwezig zijn (atopisch, inwendige oorzaak). Men wordt niet met allergie geboren, allergie kan wel in aanleg aanwezig zijn. Heeft één van de ouders last van bv. astma, hooikoorts of atopisch eczeem, dan is het risico op deze allergieën of op een combinatie ervan voor de kinderen 30%. Hebben beide ouders last van allergieën, dan is het risico voor de kinderen bij de 50%. Toch is een genetische aanleg niet voldoende om echte allergieën te ontwikkelen. Heel wat omgevingsfactoren (formaldehyde, infecties, degeneratieziekten, leeftijd, farmaca, pollutie, chirurgische interventie...) spelen een belangrijke rol of de erfelijke factor tot expressie zal kunnen komen. Meer nog kan een chronisch lange blootstelling aan deze omgevingsfactoren rechtstreeks het evenwicht Th1/Th2 verstoren en een allergische reactie uitlokken.

 

Zo komt astma minder voor in grotere gezinnen waar nochtans een erfelijke aanleg voor allergie bestaat. Meer contacten maakt minder gevoelig.

 

Hoe hoger de IgE concentraties in het bloed, hoe groter de kans op atopische allergieën.

 

Voedselintoleranties komen in beide allergiesoorten voor. Zij zijn niet van elkaar te onderscheiden omdat zij meestal samen voorkomen.

 

    • Co-allergie : bepaalde allergieën kunnen een andere allergie uitlokken/verergeren : zo kan pollenallergie melkallergie induceren.

 

    • Uitlokken van allergie : injectie van lichaamsvreemde proteïnen lokt dus zeker een allergische reactie uit. Ook voedingsstoffen, die normaal via het maagdarmkanaal het lichaam binnen komen en daar geen reactie uitlokken want "bevriend", worden na injectie door het organisme niet meer als "vrienden" beschouwd maar als indringers die door het immuunsysteem moeten onderschept worden. Dit geldt vooral voor adjuvantia in vaccins (arachide-olie, aluminium...). Vaccinatie zou hierdoor medeverantwoordelijk zijn voor het frequent voorkomen van dit type allergie-reactie of kruisreactie. Ook vitamine K in orale oplossing (KONAKION°) dat aan zuigelingen wordt gegeven (bij wie het immuunsysteem in volle ontwikkeling is) is bereid op basis van arachide-olie.

 

         

Allergische reactie :

 

Bij elk contact met een stof (allergeen) die het organisme binnendringt, reageert het antilichaam IgE met een specifieke reactie waarbij een abnormale hoeveelheid IgE wordt geproduceerd. Deze IgE antilichamen binden zich aan de mastocyten, witte bloedcellen met een immunologische activiteit et voorkomend ter hoogte van de luchtwegen, de longen en de huid (zie ook : "Immuunrespons, de spelers").

 

De optredende reactie kan behoren tot 4 verschillende types :

 

    • type I : directe reactie, met vrijstelling van IgE (echte allergie-reactie)

    • type II : cytotoxische en cytolytische reactie met vrijstelling van antistoffen

    • type III : semi-vertraagde reactie, met immune complexen AG-AL (leidt tot activatie van het complementcascade systeem (zie : "Immuunrespons, antigeenvernietiging")  --->  inflammatie  --->  auto-immuunziekten)

    • type IV : vertraagde reactie op cellulair niveau (overgevoeligheid of intolerantiereactie)

 

Door de binding tussen het allergeen en de cellulaire IgE van de mastocyten stellen deze laatsten mediatoren vrij zoals histamine, serotonine, leukotriënen en prostaglandinen. Via het fosfolipase A2 wordt de productie van prostanglandines (ontsteking) gestart, via serotonine de aanmaak van (nor)adrenaline. Volgens de vrijstellingsplaats veroorzaakt dit in het organisme de volgende symptomen :

 

    • zenuwstimulatie (pijn, hoofdpijn, jeuk, atopische dermatitis met urticaria, eczeem...),

    • vasodilatatie (roodheid, opzwellen van de huid en verdikking van de slijmvliezen, Quincke oedeem),

    • krampen (colitis, diarree/constipatie, opgezette buik...)

    • irritatie (nachtelijk bedwateren),

    • vernauwing van de luchtwegen (allergisch astma),

    • stimulatie van tal van klieren waardoor ze volop gaan tranen of slijm produceren of

    • we krijgen af te rekenen met afstootreflexen zoals niezen,

    • anafylactische shock na systemische verstoring (zelden gezien bij kinderen).

 

De afbraak door MAO enzymen van biogene aminen (histamine, serotonine, (nor)adrenaline, nitrosaminen (cancerogeen), tyramine (bloeddrukverhogend), glutaminezuur (psychoactief),...) uit de voeding of gevormd tijdens de allergische reactie, veroorzaakt een overmatige vorming van adrenochroom, een toxische vrije radicaal dat, in hoge concentraties, de hersenfunctie kan verstoren (perceptiestoornissen, denkstoornissen, psychosen...).

 

Noot :

      • bij lage MAO activiteit (bv. met oestrogene pillen) krijgen we hoge niveaus biogene aminen in de hersenen ---> migraine,

      • bij hoge MAO activiteit (bv. met progestagene pillen) krijgen we lage niveaus biogene aminen in de hersenen ---> depressie

        • in de klassieke geneeskunde gebruikt men MAOI of antidepressiva om deze stoornissen te voorkomen.

 

 

Een allergische reactie kan optreden tegen elke lichaamsvreemde stof.

 

 

De meest voorkomende allergiereacties behoren tot de volgende klassen :

 

      • voedselallergieën : trofallergenen (trophein = eten)

 

        • de allergeniciteit behelst enkel kleine delen van proteïnen, epitopen genoemd : de presentatie van deze epitopen aan de cellen van het immuunsysteem bepaalt de allergische reactie en haar natuur. Bepaalde epitopen ontstaan zelfs enkel na afbraak.

 

        • een van de hoofdkenmerken van voedingsallergenen is hun weerstand aan het zuur milieu van de maag, aan de thermolyse.

 

        • hoe frequenter een voedingsmiddel voorkomt in ons dagelijks leven, hoe groter de kans op het optreden van een voedingsallergie-reactie :

 

          • 5 voedingsstoffen lokken in de Europa 82% van de allergische reacties uit : ei, arachide, melk, mosterd, kabeljauw... ; arachide komt voor als ingrediënt in veel voedselbereidingen (zelfs in de vervangmelk voor baby's).

          • in Azië bv., is rijst een van de meest voorkomende oorzaken van voedingsallergie.

 

        • meer en meer proteïnen worden gebruikt als additief (hydrolysaten van tarweproteïnen, sojaproteïnen als bindmiddel...).

 

        • melkallergie heeft niets te maken met de lactase-activiteit maar met de lactoglobuline-caseïne eiwitten in melk. Het is een reactie van het immuunsysteem op die melkeiwitten. Lactose-vrij eten is hier dus geen oplossing.

 

      • contactallergieën (huid, ademhalingsstelsel)

 

        • een allergische reactie veronderstelt een voorafgaande sensibilisatie aan het allergeen.

 

        • atopie speelt zoals bij veel allergieën een grote rol.

 

        • pollutie : de aard van de meeste stoffen is zelfs onbekend.

 

De aanwezigheid van vervuilende stoffen in het milieu verstoort niet alleen de slijmvliezen en vergemakkelijkt de penetratie van allergenen maar werkt ook in op de planten en hun allergeniciteit Ghiani A et coll. : Ragweed pollen collected along high-traffic roads shows a higher allergenicity than pollen sampled in vegetated areas. Allergy, 2012; 67: 887-894 . Pollutie maakt allergenen immers agressiever :

 

            • de reactie van bepaalde planten bv. op agressies (door een virus of door teveel ozon) vertaalt zich door het vrijstellen van allergene proteïnen ; deze weerstand-proteïnen worden aangemaakt bij de overgevoeligheidsreactie van de planten. Pollutie doet de planten dus meer pollen vrijstellen!

            • zij leiden tot een necrose van de door de agressor aangetaste cellen, wat toelaat deze te isoleren : een proces gelijkaardig aan de apoptose, de geprogrammeerde celdood in de dierenwereld.

            • deze sterk allergene proteïnen bevinden zich in fruit, maar ook vooral in pollen.

 

        • industrialisatie :

 

          • sommige veranderingen doorgevoerd bij de productie, de bewerking of verpakking kunnen reden zijn voor het uitlokken van allergische reacties.

          • additieven, zoals verhardingsversnellers bij latex, kunnen ook de oorzaak vormen.

 

 

Zie ook : "Allergische aandoeningen".

         

Oorzaken en preventie :

 

Zolang we gezond zijn, zorgt onze mucosale immuniteit ervoor dat we van die vreemde eiwitten geen last hebben. Voldoende zuur in onze maag zal hen afbreken, en een goede darmflora zal de resterende probleemeiwitten opruimen. Het plaatje verandert natuurlijk door overmatig gebruik van antibiotica (ook in de voeding), NSAID, protonpomp-inhibitoren (PPI)...

 

Als oorzaak van de steeds meer optredende immuunafwijkingen wordt ook omgevingspollutie naar voor geschoven, alhoewel studies in de noordelijke landen (deze landen staan het verst op hygiënegebied) eerder wijzen in de richting van immature immuniteit en overdreven hygiëne bij de pasgeborenen. Erfelijke aanleg doorgegeven via vader en/of moeder primeert echter. Dit is bewezen voor coeliakie (gluten) .

 

Eigenlijk start de vorming van de immuniteit reeds bij de toekomstige moeder : haar courant contact met allergenen gedurende de zwangerschap bepaalt de later ontwikkeling van het immuunsysteem bij het kind.

 

Pasgeborenen (vroeger "zuigelingen" genoemd) zijn dikwijls het slachtoffer van een onvoldoende of totaal ontbrekende borstvoeding. Een menu met uitsluitend moedermelk tijdens de eerste 4 levensmaanden helpt het immuunsysteem van de baby te ontwikkelen. De antilichamen die op die manier binnenkomen, fungeren als barrière tegen allergenen.

 

Bij niet zogende baby's lokt de vervangingsmelk, die meestal koemelk-proteïnen bevat, de eerste allergiereactie uit. In het bijzonder, bij de risicobaby, is de aanwezigheid van koemelk-proteïnen de uitlokkende factor. Bij de zogende risicobaby wordt best zelfs het gebruik van koemelk door de moeder vermeden.

 

Volgens de PASTURE-studie bleek elke kaasconsumptie tussen 12 en 18 maanden geassocieerd met een significante daling van het risico op atopische dermatitis(eczeem) op zes jaar en voedselallergieën, maar ook met een verlaagd risico op allergische rinitis, astma en gevoeligheid voor voedings- en geïnhaleerde allergenen. De lagere incidentie van eczeem en voedselallergieën komt zonder onderscheid voor bij kinderen met een grotere diversiteit en frequentie van kaasconsumptie .

 

 

Variatie in de voeding kan pas echt vanaf de leeftijd van 4 maanden.

 

5 voedingsstoffen lokken hier 82% van de allergische reacties uit : ei, arachide, melk, mosterd, kabeljauw... Kinderen jonger dan 1 jaar krijgen beter nog geen eieren, vis, arachide (pinda), melk, noten of amandelen...

 

Is dit te snel het geval dan is de pasgeborene het slachtoffer van een te vroege blootstelling aan voedselallergenen. Voedselallergenen komen dan immers massief toe in een nog immatuur spijsverteringsstelsel. Het is algemeen geweten dat het spijsverteringsstelsel in werkelijkheid het belangrijkste orgaan van het immuun systeem vertegenwoordigt. Hij herbergt 70 à 80% van de immuuncellen in het organisme et speelt dus een kapitale rol in al de verdedigingsreacties (zie ook : "Immuunrespons"). Op de leeftijd van 4 maanden is het spijsverterings- en immuunstelsel voldoende matuur.

 

Omdat allergische reacties op pindanoten zo gevaarlijk kunnen zijn, gaven artsen vroeger aan ouders het advies om geen pinda's te geven aan hun baby. Maar een studie van 2015 was de aanzet om de guidelines te herzien. In een praktijkgids voor gezondheidszorgverstrekkers adviseert een team van pediaters en allergologen om reeds vanaf de leeftijd van 4 maanden pinda's in gepureerde vorm of poedervorm te introduceren bij de meeste baby's, en ervoor te zorgen dat baby's blootgesteld blijven aan "grote" hoeveelheden pindaproducten tijdens hun eerste levensjaren. De allergiestatus van de baby moet echter vooraf gecheckt worden door een arts .

 

Anderzijds zijn kinderen minder en minder blootgesteld aan allergenen. Nochtans is deze expositie nodig voor het ontwikkelen van een natuurlijke weerstand. Baby's die via keizersnede op de wereld komen hebben gemakkelijker allergie want zij kwamen niet in contact met de vaginale flora (maar wel met ziekenhuisbacteriën...), en vroeggeborenen, die tijdelijk verbleven in een incubator, vertonen een zwakke immuniteit.

 

Kinderen die op een boerderij wonen hebben veel minder last van allergieën dan kinderen die wel op het platteland wonen, maar niet op een boerderij 2006, Dieneke Schram-Bijkerk, Universiteit Utrecht .

 

Waarschijnlijk neutraliseren bepaalde bestanddelen van stalstof de productie door longwandcellen van pro-inflammatoire signalisatiemoleculen, zoals IL-5 of IL-13, na contact met huismijten bv.. Daarnaast produceert ons organisme bij blootstelling aan boerderijstof meer enzyme A20. Dit eiwit A20 is eigenlijk een "zinc finger"-proteïne dat ontstekingsreacties blokkeert door te interfereren met de kettingreactie NF-kappa B (NF-kB). Deze laatste ligt aan de basis van chemische reacties waarmee het organisme zich verdedigt tegen verwondingen, infecties en giftige stoffen. Maar wanneer het organisme de controle over die kettingreactie NF-kB verliest, kunnen auto-immuunziekten, allergie en astma... zich ontwikkelen.

 

Ook kinderen in landelijke gemeenten en in dagverblijven hebben veel meer te maken met infecties en lopen later minder kans op allergische reacties zoals astma. Peuters zouden ook minder geneigd zijn om astma en jeukende huiduitslag te hebben als hun ouders hun fopspenen “reinigden” door erop te zuigen toen ze nog zuigeling waren . Blootstelling aan allerhande microben in het eerste levensjaar beïnvloedt de balans Th1/Th2 lymfocyten. T-lymfocyten controleren de immunologische reacties in die zin dat Th1-cellen de antistofproductie afremmen, terwijl Th2-cellen ze juist stimuleren. Het samenspel van beide bepaalt de aard van de reactie. Veelvuldige blootstelling aan lichaamsvreemde en schadelijke substanties in het prille leven zou de balans doen overhellen in het voordeel van de Th1-cellen: een overwicht Th1 houdt de antistofproductie in toom waardoor de kans op allergische reacties vermindert 2004 maart, Semper, dossier ASTMA  .

 

Het is dus niet alleen contact met microben dat de weerstand bevordert, maar contact met een veelheid aan microben (belang van biodiversiteit). De afwezigheid van nuttige kiemen kan immers evenzeer ziekten uitlokken als de aanwezigheid van schadelijke.

 

Tengevolge van het frequent gebruik van antibiotica, worden we nu geconfronteerd met een duidelijke daling van infectieziekten bij kinderen enerzijds doch met een onrustwekkende stijging van allergiegevallen, en dan vooral van atopische eczeem . Ook werd het gebruik van antibiotica tijdens het eerste levensjaar geassocieerd met meer voedselallergieën .

 

De "hygiëne-hypothese" zou verklaren waarom onze moderne maatschappij zo gevoelig is voor astma, allergieën en auto-immuunziekten. Onze maatschappij is veel gevoeliger dan minder ontwikkelde gemeenschappen die, door de heersende slechte hygiënische levensomstandigheden, "meer worden blootgesteld aan parasieten en aan microbiële infecties", en zo resistentie ontwikkelen. De hygiëne-hypothese zou zelf verklaren waarom meer vrouwen dan mannen aan voornoemde aandoeningen lijden. Meisjes worden aangemaand netjes te blijven, dus binnenshuis onder het toezicht van de ouders. Hierdoor staan zij minder bloot aan ziektekiemen dan jongens.

 

"Ga je handen wassen, we gaan aan tafel!". Een pijler tijdens onze opvoeding : vuil of niet, we moesten onze handen wassen voor aan tafel te komen.

 

Tijdens de laatste preventiecampagne tegen het H1N1-virus (griep A) werd echter duidelijk gesteld dat zich wassen met klassieke zeep onvoldoende is om de micro-organismen op onze huid te verwijderen. De bacteriën, die vast blijven zitten op onze huid, blijven daar omdat zij daar goed gedijen en alles vinden om zich te voeden (vooral op huidplaatsen waar veel sebum (talg) wordt afgescheiden). Deze bacteriële flora wordt de "residentiële" vaste flora genoemd omdat de huid haar thuis is. Haar aanwezigheid verhindert de innesteling van andere micro-organismen,  vooral van pathogene kiemen uit onze omgeving. Zij vormen een "tijdelijke" wisselende flora die huidinfecties kan veroorzaken. Gaan we nu regelmatig onze huid ontsmetten (met een hydro-alcoholische oplossing bv.) dan zullen we zeker alle bacteriën doden, waardoor de weg openligt voor de installatie van een vooral pathogene flora!

 

Alleen het wassen met water, onder de douche (beste keus) of in bad, zorgt voor het verwijderen van onwelriekende bacteriële secreties en van dode bacteriën op de huid. Niet te heet, want dan wordt het huidvet in de opperhuid opgelost... (het gebruik van een douchegel of zeep maakt het nog erger).

 

Zelfs met de hand afwassen (ipv door vaatwas) verlaagt de kans op allergie .

 

 

Verscheidene experimenten hebben aangetoond dat probiotische bacteriën uit de voeding de immunologische weerstand versterken door het onderhouden van het evenwicht thv de intestinale flora en door het versterken van de slijmlaag boven de darmcellen. Ook werden positieve resultaten bereikt met het gebruik van fructo-oligosachariden in de preventie van voedingsallergieën.

 

Scandinavische wetenschappers hebben ten andere aangetoond dat het toedienen van een probioticum aan vrouwen gedurende hun zwangerschap en aan hun zuigelingen gedurende de eerste 6 levensmaanden het risico op het ontwikkelen van een allergisch eczeem bij de baby's sterk verminderde. Deze probiotica (LGG of Lactobacillus rhamnosus GG) schijnen daarbij de ernst en de uitdeining van het atopisch eczeem bij het kind te remmen. Als we bedenken dat bijna 80% van de kinderen, slachtoffer van atopisch eczeem gedurende hun eerste levensmaanden, op latere leeftijd geconfronteerd zullen worden  met allergische reacties zoals allergische rhinitis of astma.

 

Duidelijk positieve resultaten werden al bereikt met LGG met een pinda-proteïne gedurende 18 maanden. Deze orale behandeling tegen pinda-allergie was na 4 jaar nog steeds effectief bij 70% van de behandelde kinderen .

 

Amerikaanse onderzoekers vonden ook dat darmbacteriën kunnen helpen een voedselallergie te milderen. De introductie van Clostridia (een veel voorkomende bacterie bij de mens) in het microbioot bij de muis deed de allergeen-overgevoeligheid dalen, de introductie van Bacteroïdes deed dit niet. Onderzoek toonde aan dat Clostridia de productie stimuleerde van IL-22 (interleukine-22, een cytokine), een signaalmolecule dat de doorlaadbaarheid van de darmwand verlaagt .

 

 

De kinderen van vrouwen die gedurende de zwangerschap veel appels en vis hebben gegeten, lopen minder risico op astma en allergieën 2005 University of Aberdeen, UK . De beschermende werking van appels ligt aan hun hoge gehalte flavonoïden. De consumptie van minstens 1 x per week vis door de moeder verlaagt het risico op eczeem bij het kind duidelijk. Het positieve effect van vis is waarschijnlijk te danken aan de omega3 vetzuren.

 

Het vermijden van antinutriënten, die de darmwand kunnen beschadigen, is dan een prioriteit. Lichaamsvreemde stoffen die via een beschadigde darmwand binnen in het organisme geraken kunnen de aanmaak van antilichamen door het immuunstelsel stimuleren. Zij vormen de kiem voor de ontwikkeling van allergieën en/of van auto-immuunziekten.

 

Antinutriënten maken de darmen doorlaadbaar (zij laten de doorgang toe naar de bloedcirculatie van andere lectinen (glycoproteïnen) en van eiwitfragmenten die erg gelijken op lichaamseigen proteïnen).

 

 

 

 

 

 

 

Antinutriënten maken deel uit van de verdedigingssystemen van planten tegen predatoren. Doordat planten niet kunnen vluchten, hebben zij eigen strategieën ontwikkeld om zich te verdedigen, waaronder fysische (naalden, doornen, doppen...), een voor de predatoren gesuikerde verpakking rond zaadjes of een kern die aan verteringssappen weerstaan (pit- en steenvruchten zoals kersen, abrikozen...), maar ook chemische (secundair toxische bestanddelen vervat in granen, zaden, wortels of bladeren).

 

Hier volgen enkele voorbeelden van bestanddelen die als antinutriënt kunnen worden beschouwd. Opvallend is dat de meeste voedingsmiddelen die antinutriënten bevatten, dezelfde voedingsmiddelen zijn die ook voor problemen zorgen bij allergische personen. 

 

Maar gelukkig kunnen de bereidings- en kookwijze het lectine-gehalte in deze voedingsmiddelen sterk doen dalen. Waardoor zij toch zonder veel problemen door ons verteringssysteem geraken.

 

 

 

Antinutriënten

Werking

Zit in

 

Lectines

 

Lectines komen zeer verspreid voor in planten. Waarschijnlijk zijn het toxische stoffen die evolueerden naar een verdedigingsmechanisme tegen predatoren. De meeste lectines in onze voeding zijn goedaardig en onschadelijk voor de mens, met uitzondering van granen en peulvruchten.

 

 

Tarwemeel, Solanacea (aardappelen, tomaten, aubergines, pepers), peulvruchten (soja, linzen, bonen...), pindanootjes, paranoten, melkproducten, rauwe zaden...

 

Gluten

 

Gluten omvat eigenlijk 2 eiwitten gliadine en glutenine. Gluten komt in grote hoeveelheden voor in tarwe, rogge en gerst en in mindere mate in haver. Gluten komt niet voor in maïs, rijst en gierst. Gluten verandert de eigenschappen van de darmwand, wat tot grote problemen leidt bij coeliakie (een auto-immuunziekte) en bij glutenovergevoeligheid.

 

 

Tarwe, gerst, rogge, haver...

 

Fytinezuur

 

Komt a rato van 2 tot 5 g/kg voor in granen, peulvruchten en oliehoudende voedingsmiddelen. Fytinezuur verstoort de absorptie van oligo-elementen waaronder calcium, zink en ijzer. Fytinezuur draagt hierdoor bij tot de ontkalking, zelfs bij een normale aanvoer van calcium en vitamine D.

 

 

Tarwemeel, linzen, bonen...

 

Oxaalzuur

 

Oxaalzuur HOOC – COOH, vrij of als Na-, K- of Ca-zout  zit in veel planten. Calciumoxalaat is heel slecht oplosbaar in water, verstoort de opname van calcium en leidt tot de vorming van nierstenen.

 

Rijk aan oxaalzuur (g oxaalzuur/kg ) :
Rabarber : 1/0,04
Spinazie : 1/0,1
Aardappelen : 0,15/0,03
Cacao : 0,8/0,12
Thee : 1,3/0,5

 

 

Saponinen (of  glycoalcaloïden)

 

Saponinen komen vrij verspreid voor in het plantenrijk. Zij zijn vooral betrokken bij de bescherming tegen microbiële infecties en insecten (zij lossen hun celmembranen op). Bij de gewervelden maken zij kleine gaatjes in de darmwand, waardoor deze poreus wordt. Zij veroorzaken ook hemolyse van rode bloedcellen.

 

 

Tomaten, aardappelen, quinoa...

 

Bron : The Green escape.

 

 

         

Behandelingen :

 

    • preventie :

 

      • natuurlijk bevallen

      • borstvoeding (zeker de eerste 4 levensmaanden)

      • normale hygiëne : gebruik enkel zeep (of analogen) indien nodig

      • hou de vochtigheidsgraad in de leef- en slaapruimten onder de 45% : adequate ventilatie

      • verwarm minimaal en gebruik warmere kleding ; vermijd de verwarming van slaapruimten

      • stimuleer de contacten met andere kinderen : kinderkribbe, familie, buitenlucht...

 

    • preventieve behandeling :

 

      • vermijden van contact met allergeen/allergenen

       

        • bij heel jonge kinderen : uit degelijk onderzoek blijkt dat kinderen met hoog risico op allergie die al heel jong bv. pindaproducten krijgen, geen allergie ontwikkelen (-80% risico) ...

 

        • bij kinderen :

          • koemelk, arachideolie, pinda's en soja (beide peulvruchten kunnen aanleiding geven tot IgE-gemedieerde voedselallergie)

          • eieren (vooral het ei-wit)

          • mosterd, curry of andere kruiden

          • vis (kabeljauw, tonijn, zalm, sardines...)

 

        • bij kinderen > 6j. en volwassenen :

          • steenvruchten (appels, kersen, pruimen...)

          • voedingsstoffen uit de latexgroep (kiwi's, bananen, kastanjes...)

          • vis en schaaldieren (oesters, mosselen...)

          • melk en eieren

          • tarwemeel (zetmeel o.a. in bepaalde farmaca)

          • arachideolie

          • nieuwe allergenen : exotische vruchten, cashewnoten, sesam... (chinese gerechten)

          • chemische producten, reinigingsmiddelen... : kies eerder voor eenvoudige producten zoals bicarbonaat, borax, witte azijn, citroensap, natuurlijke zeep...

 

 

      • opgelet met verdoken allergenen : de vermelding "plantaardige" olie kan wijzen op de aanwezigheid van arachide-olie, de vermelding "albumine" op de aanwezigheid van eieren... Zelfs achter het additief E1105 (lysozyme) zitten proteïnen uit eiwit.

 

 

        • kleurstoffen (E102, E104, E110, E123, E127, E131, E132, E151)

        • bewaarmiddelen : benzoaten en sulfieten (E210 tot E227), nitrieten en nitraten (E249 tot E252)

        • smaakverbeteraars : glutamaten, MSG (B550 tot B553)

 

      • hou rekening met het eventueel optreden van kruisallergie : vooral tussen pollen met fruit en groenten (berk met appelen, noten, selder, appelen met aardappelen, pindanoten met andere droge groenten (bonen, erwten, linzen, soja...) of droge vruchten (amandelen, nootjes, kastanjenoten, pistache...).

 

      • opgelet voor de negatieve rol van vluchtige organische componenten in aerosolen, in luchtverversers, in antiseptica van het type Dettol© en in geparfumeerde detergenten.  Zie ook : www.favv.be.

 

 

    • symptomatische behandeling :

 

      • orale en locale antihistaminica.

 

      • locale corticosteroïden : immunosuppressieve werking, anti-inflammatoire werking doch ook veel nevenwerkingen bij gebruik op lange termijn.

 

      • bij hooikoorts : nasale fototherapie (rood licht, 660nm) (bv. Medinose plus).

 

 

      • ...

 

    • psychische behandeling :

 

      • allergie is een wel bekend immuun fenomeen maar het psychisme van de allergische persoon speelt ook een rol : denk maar aan de allergische persoon die systematisch voor een examenperiode een opstoot krijgt van eczeem, of de astmalijder bij wie een astmacrisis wordt uitgelokt enkel en alleen door een foto van een koolzaadveld te tonen.

 

      • de omgeving van de allergische persoon en zijn ziekte vormen dus één : een gedragstherapie kan hierbij helpen de aanvallen te spreiden en de symptomen te verzachten.

 

 

    • curatieve behandeling :

 

      • nieuw biologisch gesynthetiseerd antiallergie vaccin : hiermee zouden in de toekomst tot 90% van de allergiepatiënten kunnen worden geholpen Ga2Len, prof. Van Cauwenberge, UGent .

         

Praktisch :

 

ALLERGIE VOORKOMEN :

 

Zorg voor een goede basis zodat je eigen immuunsysteem zich op een natuurlijke wijze kan ontwikkelen :

 

    • Wordt niet "te proper" : dat zal helpen je natuurlijke immuunreacties te versterken en te ontwikkelen.

    • Laat je kinderen zich vuil maken : laat hen buiten lopen, op en in de grond spelen, in contact met huisdieren, planten, insecten en ongedierte.  

    • Kuisen kan zich beperken tot het stof opnemen, het hoeft niet altijd met kuis- en ontsmettingsmiddelen.

    • Vermijd het gebruik van bacteriedodende zepen en van al die andere huishoudproducten die te sterk ontsmetten (zoals chloorwater). Handen wassen behoeft niet meer dan gewone zeep met wat warm water.

    • Kies voor

    • Zorg voor een voldoende vitamine D aanmaak via zonlicht (dus buiten in de natuur!)

    • Streef naar een correcte verhouding omega3/omega6 vetzuuraanvoer (ideaal tussen 1/1 en 1/5).

 

 

IN GEVAL VAN ALLERGIE of van ALLERGISCH TERREIN:

 

Algemeen bij allergische personen :

 

    • hete specerijen (kaneel, peper, spaanse peper, nootmuskaat, gember, kruidnagel...) en groenten van de nachtschade-achtigen (Solanaceae) zoals aardappel, tomaat, aubergine, paprika... zijn te mijden bij allergische personen en zeker bij kinderen jonger dan 4 jaar.

 

    • alcohol bevordert de doorlaadbaarheid van de darmwand, waardoor allergenen gemakkelijker in de bloedbaan geraken. Ook oppassen met looistoffen (thee, koffie...) : ook zij tasten de maag- en darmwand aan.

 

 

Moeder en baby :

 

    • zogende moeder  : geen koemelk, ei, pinda, vis...

    • baby : minstens 6 maanden borstvoeding, vervolgens alle koemelk mijden

    • kies rijstmelk voor pudding

    • vaste voeding pas starten na 4 maand

    • introduceer pindanoten (als extract) vóór de leeftijd van zes maanden (In Israël wordt dat als eerste voeding gegeven en daar zien we dat er nauwelijks notenallergieën bestaan)

    • vroeg starten met kaas eten : alle soorten kaas bieden bescherming tegen atopische dermatitis (eczeem) op jonge leeftijd. Waarschijnlijk omdat kaas een voedingsproduct is met hoge microbiële activiteit (PASTURE-studie )

      • teveel kaas verzuurt echter het lichaam en draagt zo bij tot de ontkalking...

    • steeds beginnen met 1 vast voedingsmiddel per keer een week lang (dus geen muesli, maar 1 graansoort per testweek)

    • beginnen met peer, abrikoos, maïs, broccoli, bloemkool, lamsvlees, gevogelte...

    • pas later : citrusvruchten (dus niet te vroeg sinaasappel in fruitpapje), tarwe, vis, ei, bananen...

    • ...

 

 

Mijden van histamine :

 

    • beperken van de rechtstreekse aanvoer van histamine :

      • gegiste dranken, gegiste voedingsmiddelen (zuurkool...), charcuterie (worst...), voedingswaren in blik, vis (tonijn, zalm, sardienen, ansjovis, haring), spinazie, tomaten...

 

    • beperken van het verbruik van (voedings)middelen welke histamine vrijstellen (induceren de degranulatie van de mestcellen) :

      • eieren (vooral eiwit), aardbeien, chocolade, exotisch fruit (ananas, papaya, kiwi, noten...), verse schaaldieren, alcohol, tomaten, thee en koffie...

      • aspirine, NSAID, afgeleiden van morfine...

      • voedingskleurstoffen zoals tartrazine (E102) en erytrosine (E127).

 

    • beperken van voedingsmiddelen die precursoren van de endogene histaminesynthese aanvoeren (uit tyramine) of van andere biogene aminen (-NH2) zoals tryptamine, kadaverine, serotonine, putrescine...) die optreden als triggers (uitlokkende factoren) :

      • kazen, gerookte vis, wild, worsten, chocolade, witte wijn, tomaten, kolen, druiven...

      • kazen (cheddar, camembert, brie, emmental, gruyère, roquefort, gorgonzola, gouda...) : witte kaas (kwark) stelt geen probleem

      • gerookte vis, vis in blik (makreel, sardienen, tonijn, zalm...) ; alleen verse vis bevat weinig of geen biogene aminen

      • geconcentreerde vleesextracten

      • zuurkool

      • wild

      • worsten : hoe ouder het vlees/de melk, hoe hoger hun concentratie aan biogene aminen

      • chocolade

      • druiven, wijn : vooral witte wijn bevat tyramine en daarbij wordt wijn ook beschouwd als histamine-vrijsteller

      • tomaten, walnoten, ananas, bananen, avocado... : bevatten serotonine

      • komkommer, courgette, augurk... : bevatten putrescine

      • bananen, spinazie, postelein... : bevatten dopamine en noradrenaline (deze groenten en vruchten worden dikwijls gebruikt in maaltijdpotjes voor kinderen : te mijden voor de leeftijd van 1 jaar

      • fruitsappen : bevatten tyramine en histamine (kies eerder voor groentensappen!)

      • ...

 

 

Mijden van schade door teveel biogene aminen :

 

Bij intolerantie aan een biogeen amine, wordt deze overgevoeligheid meestal duidelijk binnen het uur na het eten van het voedsel, dat dit biogene amine bevat (in voldoende hoeveelheden). Goede voorbeelden zijn de intolerantie aan glutamaat (chinese keuken), kippeneieren, bepaalde kaassoorten en vooral rauwe zuurkool. Het autonoom (vegetatief, sympathisch) zenuwstelsel is steeds zeer dicht betrokken bij de optredende verschijnselen. Vandaar ook dat in bijna alle gevallen symptomen optreden die veel verwandschap vertonen met het bekende hyperventilatiebeeld. Een bepaald voedingsmiddel is dan de oorzaak van veranderingen in het vegetatief zenuwstelsel. Dit "induceert" dan o.a. het verschijnsel hyperventilatie, dat op zich weer tal van symptomen met zich brengt.

 

    • natuurlijk antidoot voor adrenochroom : voedsel (of supplementen) rijk aan vitamine B3 (niacine) waarvan de werking wordt versterkt door vitamine C

 

    • opgelet met farmaca SSRI : doen het serotoninegehalte stijgen ---> stijging biogene aminen ---> meer allergie

 

    • verhinderen van de synthese van histamine :

      • cyanocobalamine (vit B12) : een tekort aan vit B12 doet de hoeveelheid T-helper cellen stijgen versus onderdrukkende T-cellen waardoor meer IgE kan worden aangemaakt : vit B12 helpt dus de balans te herstellen : minder productie van IgE = minder vrijstelling van histamine door de mestcellen.

 

    • fyto : planten met antihistamine eigenschappen :

 

      • Plantago major geconcentreerd extract (grote weegbree), 125mg, 2 à 4 x per dag

      • Nigella sativa  MT (zwarte komijn, honingdauw), 30dr 3 x per dag ; de zaadjes versterken de natuurlijke verdedigingsmechanismen en verzachten allergische reacties. Als dusdanig of gemalen worden zij in de keuken als gewone komijn of peper gebruikt, soms verkocht als "black onion seed". Nigella sativa bestaat ook onder olievorm voor het gebruik op salades

      • Vitis vinifera extract (wijnstok) als preventie, 100mg, 3 x per dag te starten enkele weken voor het begin van het allergische seizoen ; extract 100mg, 1 x per dag verder als onderhoudsdosis

      • Pinus maritima extract (pycnogenol) (zeeden), 100mg, 3 x per dag

      • Quercetine in rode wijn, ui, groene thee, kool, Ginkgo, St Janskruid... : 100mg, 3 x per dag, liefst samen met Plantago major, vitamine C en enzymen (papaïne en bromelaïne). Deze antioxidant remt de productie van histamine en van cytokines. Quercetine bezit ook mestcelstabiliserende eigenschappen...

      • andere :

        • inhibitoren van leukotriënen : Tussilago petasites (groot hoefblad), in een preparaat gewaarborgd met petasine en isopetasine doch zonder alkaloïden van het pyrrolizidinetype,

        • tegen jeuk en zwelling : Ribes nigrum (cassis) gemmotherapeutisch extract, 100 druppels per dag in 1 of 2 giften : vertoont ACTH-achtige effecten (zonder risico van overstimulatie van de bijnieren).

 

 

Omega6 VZ : preparaat voldoende rijk aan GLA en DGLA gedurende 3 tot 12 maanden : bij droge en jeukende huidallergieën zoals allergische psoriasis, eczeem, urticaria, atopische dermatitis.

 

Omega3 VZ : vooral nuttig om vertraagde allergie te beperken, te gebruiken gedurende lange periode.

 

Vitamine D : tekorten worden gelinkt met meer ernstige astma en allergie bij kinderen. Vit D zou de allergie-reactie verzachten.

 

Probiotica : verzachten de allergiereactie door de vorming van antilichamen die de allergiereactie uitlokt te remmen.

 

Honing : lokaal geproduceerde honing zou werken als een natuurlijke vaccin.

 

 

Ziektebeelden met mogelijke allergie-achtergrond :

 

Bv.

    • astma : 20% van de jonge koemelkallergie-patiënten ontwikkelen later als volwassene astma

    • hooikoorts : 45% van de jonge koemelkallergie-patiënten ontwikkelen later als volwassene hooikoorts

    • alcoholisme : kan het gevolg zijn van een allergie aan granen en fruit waarmee sterke drank, bier en wijn worden gemaakt

    • artritis : kan een allergische reactie zijn in de gewrichten op gezonde voeding zoals rundvlees en tarwe (verzuring + allergie)

    • bedplassen : kan veroorzaakt worden door blaasspasmen, geïrriteerd door allergie aan melk of citrusvruchten

    • hoofdpijnen/migraine : in veel gevallen in direct verband met gevoeligheid voor bepaalde voeding of chemisch product

    • hyperactiviteit, leerstoornissen... : kan bij kinderen worden uitgelokt door een stof in de voeding of omgeving

    • menopauze-klachten (warmte-opwellingen...) : kunnen verergeren door contact met allergische stof uit voeding of omgeving

 

    • slaapstoornissen

    • obesitas

 

Waarom? waarschijnlijk door een tekort aan vitamine B6.

Vitamine B6 (pyridoxal fosfaat) komt tussen bij verschillende  decarboxylaties :

 

      • decarboxylatie van histidine naar histamine : excessieve/chronische histamine-aanmaak (zoals bij voedselallergie bv.) veroorzaakt zo een tekort aan vit B6 :

        • decarboxylatie van glutaminezuur naar GABA : een tekort aan vit B6 zal de GABA productie ontregelen. GABA verbetert de kwaliteit van de slaap (bevordert de diepe slaap) en ontspant zowel de geest als het lichaam. Een tekort leidt dus tot slaapstoornissen.

        • decarboxylatie van 5-OH-tryptofaan naar serotonine : een tekort aan vit B6 zal de serotonine-aanmaak overdag en dus verder ook deze van melatonine 's nachts storen. Beiden dragen bij tot een goede slaap.

En slaapstoornissen leiden tot gewichtstoename / obesitas want zij veroorzaken een verstoring van het glucose-metabolisme en stimuleren de vetopslag. Slaaptekort resulteert in verlaagde leptinewaarden, een eiwit dat het lichaamsvet "regelt", en verhoogt het ghreline (zie ook : "Enterohormonen"), die de voedselinname verhoogt. Het is waargenomen dat in de laatste 50 jaar, het gemiddeld aantal uren slaap is gedaald van ruim 9 naar ongeveer 7.

 

      • hetzelfde vitamine B6-tekort stelt zich bij chronische stress : histamine is het hormonale antwoord op stress!

 

    • hartziekten ? : de ontstekingsreacties die optreden bij allergieën zouden kunnen leiden tot hypertrofie van de arteriële vaatwand en uiteindelijk tot hartziekten...

 

 

          

 

 

 ZOELHO (c) 2006 - 2024, Paul Van Herzele PharmD        Laatste versie : 23-feb-24                     

DisclaimerDisclaimer

 

De lezer dient steeds in acht te houden dat de beschreven curatieve eigenschappen in geen enkel geval het medisch advies vervangen, welke steeds onmisbaar is bij het stellen van een diagnose en bij bepaling van de ernst van de aandoening. Wel wordt de gebruiker gestimuleerd beslissingen met betrekking tot zijn gezondheid te nemen, op basis van eigen research, steeds in samenspraak met een professionele gezondheidswerker.

 

In alle gevallen valt het gebruik van dit programma enkel onder de controle, het beheer, de risico's en de verantwoordelijkheden van de gebruiker.